“Heb je het journaal van 18:00 uur gezien, Yvette?”
Nee, dat had ik niet.
“Als ik jou was, zou ik het even terugkijken! Vanaf ongeveer acht-en-een-halve minuut.”
Tot mijn stomme verbazing hadden ze afgelopen zaterdag een item over Hollywoodsterren in het Vaticaan. Onder hen Cate Blanchett, die na afloop voor de camera’s samenvatte wat de Paus had gezegd over het belang van film. De NOS had het keurig ondertiteld:
“Hij had het over tranen die mensen vaak niet kunnen laten in hun dagelijks leven, net als lachen — iets wat vaak gebeurt in de bioscoop. Hij riep ons dan ook op om terug te keren naar ons werk en daarmee mensen te inspireren en die momenten van verbinding te creëren.”
Dat contrast in emoties zie ik regelmatig bij ons in de bioscoop. Laatst liep de nieuwste Downton Abbey precies tegelijk af met de nu-al-klassieker Phantom Thread. Vrolijk lachende mensen bij eerstgenoemde, terwijl mensen uit de zaal ernaast in tranen de foyer in kwamen schuifelen.
Een paar jaar geleden kwamen drie dames in ernstige grafstemming naar de eerste Downton Abbey-film. Ik wenste ze een fijne voorstelling. Ze knikten somber en verdwenen de zaal in. Anderhalf uur later kwamen ze gierend van het lachen weer naar buiten.
“Die film heeft u goed gedaan, zie ik?”
“Gelukkig wel, we waren eigenlijk niet van plan om naar de film te gaan, maar wilden even onze zinnen verzetten!”
“Dat is dan goed gelukt!”
En toch: het is maar net met welke bedoeling een film wordt gemaakt. Iemand wees me op de HUMAN-documentaire De propagandist, over de opkomst en ondergang van de Haagse filmmaker Jan Teunissen (1898-1975), de door zijn tijdgenoten ‘filmtsaar’ genoemde regisseur die zijn ambities jarenlang niet verwezenlijkt kreeg — tot de nazi’s aan de macht kwamen.
Teunissen werd tijdens de oorlog de machtigste man in de Nederlandse filmwereld: hoofd van de NSB-Filmdienst, de SS Filmdienst en leider van het Filmgilde.
Het is een geschiedenis die doet denken aan Daniel Kehlmanns roman Lichtspel, over G.W. Pabst, de Duitse regisseur die wist te ontsnappen aan het naziregime, maar later alsnog terugkeerde naar zijn thuisland en zich gedwongen zag samen te werken met de Minister van Propaganda: Joseph Goebbels.
Zowel De propagandist als Lichtspel stelt dezelfde vraag: hoe ver ga je om je ambities waar te maken? Film kan troosten en verbinden, zeker. Maar ze is ook een mes dat aan twee kanten snijdt.
En film staat daarin niet alleen. De nazi’s waren dol op ‘Germaanse’ en ‘Keltische’ mythologie — enter componist Richard Wagner.
Ik lees op dit moment een boek over Thomas Mann en Wagner. Over laatstgenoemde wist ik vooral het noodzakelijke: dat hij, zoals zoveel tijdgenoten, overtuigd antisemiet was; dat de nazi’s hem vereerden; en dat de componisten van The Sound of Music schaamteloos Do, Re, Mi hebben gemodelleerd op de ouverture van Tannhäuser
… of was dat juist een aanklacht?
Met enige regelmaat zendt TV-zender Stingray Classica uitvoeringen van Der Ring des Nibelungen uit. Het lukt me maar niet erdoorheen te komen — opmerkelijk, gezien mijn belangstelling voor het thema — maar opera is nooit mijn genre geweest.
De Ring is een vierdelige cyclus die in Bayreuth nog altijd over meerdere dagen wordt opgevoerd; kaartjes worden jaren van tevoren gekocht.
Het verhaal draait om de verovering van wereldmacht, verkregen door het bemachtigen van het Rheingold [deel I van de opera], waaruit een ring is gesmeed die de drager uitzonderlijke kracht geeft. Er hoort een helm bij die zijn bezitter onzichtbaar maakt. Wie beide bezit, wordt een god die over de wereld heerst.
Waar doet dat toch aan denken…? En wie was ook alweer de actrice die deze trilogie zo weergaloos opende?
De actrice aan wie ik eerder dit jaar een brief overhandigde die eindigde met: Please don’t stop telling the stories!
De actrice die in de laatste week van The Seagull nóg maar eens liet optekenen dat ze wilde stoppen met acteren.
Hopelijk reiken de woorden van de Paus ver genoeg om Galadriel niet helemaal uit het licht te laten stappen…