Inmiddels heb ik begrepen dat er familieleden meelezen – hallo allemaal! Onderstaande tekst is een licht bewerkte versie van een artikel dat ik schreef naar aanleiding van mijn ‘ontmoeting’ met Cate Blanchett op 1 februari van dit jaar, in Rotterdam.
———————-
Halverwege december vorig jaar kreeg ik zowat een hartaanval toen ik het volgende persbericht las: Cate Blanchett zal op zaterdag 1 februari de Big Talk bijwonen op het Rotterdam Film Festival, in de Oude Luxor. Kaarten zouden twee weken eerder in de verkoop gaan, met de start voor het grote publiek gepland op donderdagavond 16 januari om 20:00 uur, zogenaamde Tiger Members kregen de avond ervoor al voorrang. Geen wonder dat ik die donderdagmiddag met enige irritatie ontdekte dat de Big Talk al was uitverkocht.
Ik dacht bij mezelf: “Het kán toch niet zo zijn dat ze geen kaarten voor het algemene publiek hebben gereserveerd?” Dus zat ik die avond alsnog klaar. Tot mijn grote verbazing – en geluk – zat ik op donderdag 16 januari vanaf 20:15 uur vol ongeloof naar een ticket voor de Big Talk te staren.
Hier zit een bijzonder verhaal achter. Vierentwintig jaar geleden was ik student aan het Grafisch Lyceum Rotterdam. Ik ben ongetwijfeld honderden keren langs de Oude Luxor gelopen, meestal met klasgenoten op weg naar Pathé Schouwburgplein, dat er om de hoek ligt. Als Multimedia-studenten keken we enorm uit naar de première van het lang onverfilmbaar geachte Lord of the Rings.
Als fervent lezer had ik de boeken uiteraard verslonden, en was ik ontzettend nieuwsgierig hoe dit epos zich op het grote scherm zou ontvouwen. Maar er was één klein probleem: iederéén wilde in die tijd naar The Fellowship of the Ring – het eerste deel van de trilogie.
“Kom op, Yvette, we móéten die film zien!” drong mijn toenmalige vriend aan toen de film net in de bioscopen draaide. “Natuurlijk wil ik hem zien”, antwoordde ik, “maar nu is het veel te druk.” We besloten die middag dan maar naar een andere film te gaan: The Others.
Bij aankomst op het Schouwburgplein troffen we precies wat ik had verwacht: een eindeloze rij die vanaf de ingang van de bioscoop tot aan de andere kant van het plein reikte. We sloten aan, en terwijl ik achterom keek, zag ik van alle kanten mensen toestromen waardoor de rij rap groeide. Uiteindelijk liep deze zigzaggend de straat over en verdween enkele honderden meters verderop in de richting van de Koopgoot.
Na verloop van tijd verscheen er een medewerker van Pathé met een megafoon in zijn handen. Je hoorde de wanhoop in zijn stem: “Staan er hier mensen die naar een ándere film willen dan Fellowship?” Mijn vriend en ik bleken de enigen te zijn. “Godzijdank,” verzuchtte de medewerker, “toch nog twee mensen gevonden.” Die middag hadden ze elke zaal kunnen vullen met Fellowship, en nóg was het niet genoeg geweest.
Enkele weken later, toen de grootste hype was gaan liggen, ging ik uiteraard alsnog naar The Fellowship of the Ring. Mijn 18-jarige zelf werd compléét weggeblazen door de inmiddels iconische opening: een zwart scherm en Galadriel’s stem:
“The world is changed. I feel it in the water. I feel it in the earth. I smell it in the air.”
De rest van de proloog moest nog komen, maar ik was onmiddellijk verkocht. Gevoelig als ik ben voor de manier waarop teksten worden uitgesproken, heeft Galadriel’s monoloog me nooit meer losgelaten.
Iedereen die wel eens een voordracht heeft gehouden, weet dat het uitspreken van een tekst een kunst op zich is. Als je het publiek niet weet te boeien, verliest je boodschap onverbiddelijk aan kracht. Blanchett beheerst die kunst tot in de puntjes, en daar heb ik diep respect voor.
Vierentwintig jaar later komt ze dus naar Rotterdam, en ik heb een kaartje weten te bemachtigen. Toen het besef eenmaal in was gedaald dat ik écht naar die Big Talk zou gaan, besloot ik: dit is een once-in-a-lifetime-opportunity om Blanchett een stukje van mijn verhaal mee te geven.
Ik schreef haar vervolgens een brief, heel goed wetende dat de kans om die daadwerkelijk te overhandigen minimaal zou zijn. De Oude Luxor heeft 900 zitplaatsen. Hoe zou ik ooit vooraan kunnen komen te zitten? Alleen dán zou ik een kans maken.
Ik begon mijn herinneringen aan de tijd van Fellowship op te schrijven, en maakte er bovendien meteen het beste van.
Afgelopen zomer lagen er overal in de bioscoop waar ik werk, Lumière Cinema Maastricht, charmante promotiekaartjes, met de tekst: ‘Best Arthouse Cinema of the Year 2024’ en een Engelstalige omschrijving van onze organisatie. Omdat ik de kaartjes mooi vond, nam ik er eentje mee naar huis. Het heeft maandenlang in mijn boekenkast gestaan, tot ik besloot om het bij te sluiten in de envelop. In mijn brief had ik een paragraaf aan Lumière gewijd, want als ik nu toch bezig was met het onmogelijke, kon ik net zo goed wat extra promotie proberen te maken, zo redeneerde ik.
Zaterdagochtend 1 februari zit ik met mijn twee beste vrienden – die er een dagje shoppen van zouden gaan maken – in de trein richting Rotterdam. Terwijl we onderweg zijn, besef ik ineens dat deze onderneming me minstens een jaar van mijn leven zou gaan kosten. Na aankomst in de stad begeef ik me direct naar de Oude Luxor, alwaar ik diverse mensen van het theater mijn verhaal probeer uit te leggen.
Tussendoor zit ik aan een tafeltje rustig thee te drinken, tot ik buiten op straat plots een bekend gezicht voorbij zie komen: het is de man van Blanchett. Tegelijkertijd valt me iets anders op — even verderop in de foyer lijkt enige commotie te ontstaan, al had ik geen idee wat er precies gaande was.
Mijn gesprekken met medewerkers van het theater en de organisatie vorderen onderwijl gestaag, tot ik ineens aangesproken word door een vriendelijke jongeman. In het Engels legt hij uit dat hij die dag de begeleider van Blanchett is. “Lucky you,”zeg ik met een glimlach.
“Indeed, she is really very nice,” antwoordt hij. Zijn toon suggereerde dat hij met artiesten wel eens iets anders had meegemaakt.
Ik vertel hem mijn verhaal: “I’ve been a fan of Blanchett for twenty-four years, which started over here in Rotterdam. I wrote her a letter.” “And I assume you want to give her that letter?” vraagt hij. “Yes, that’s the idea.”
Toen vroeg hij, wijzend naar de plek waar even te voren de commotie was ontstaan: “She was over there a couple of minutes ago, didn’t you see her?”
Op dat bewuste tijdstip had ik Blanchett echter even verderop in De Doelen verwacht, waar een besloten bijeenkomst zou plaatsvinden voor de presentatie van een nieuw filmprogramma voor gevluchte filmmakers. Voorafgaand aan dat evenement stond er kennelijk een ultrasnelle fotoshoot voor de pers in de foyer van de Oude Luxor gepland, en ik heb het niet in de gaten gehad.
“We have a very tight schedule which I need to follow to the second,” vertelt de vriendelijke begeleider. “But we need to get you in the front row – it’s the only way you’ll be able to hand her your letter. If that doesn’t happen, look for me after the Talk and I’ll give it to her, but it’s best if you do it yourself.” “How am I going to manage that?” vroeg ik.
Voorafgaand aan de Big Talk zou de film Rumours van regisseur Guy Maddin vertoond worden, waarin Blanchett de rol van de Duitse bondskanselier speelt. Voor deze vertoning had ik ook een kaartje bemachtigd, maar ik had al besloten de film te laten schieten, aangezien het anders volstrekt onmogelijk zou worden om later tijdens de Big Talk vooraan in de zaal te zitten.
“After the screening of Rumours, I need to get everyone outside,” vertelt de begeleider. “I’ll pretend you’re inside the screening, and once everyone is outside, I’ll get you first in line to enter.” Het klonk als een waterdicht plan – tot er ineens een misverstand ontstond.
“What do you mean by ‘outside’? I’m already outside. I’m not going to the screening –I’m just waiting here.” Het misverstand bleef even hangen, tot ik begreep wat hij bedoelde. “Wait a second,” zei ik, “I think we have a misunderstanding. With ‘outside,’ you mean ‘outside-outside,’ right?” “Yes, exactly! I need to get everyone outside the building!”
Nu dat duidelijk was, bleef er voor mij niets anders over dan de aangename warmte van de foyer achter me te laten en in de kou voor de deur van de Oude Luxor te posteren. Terwijl ik naar buiten loop zeg ik tegen een medewerker, met wie ik eerder die middag had gesproken: “Ik ben 41 jaar en ik kan niet geloven dat ik dit doe.” Ze schiet hard in de lach.
Na een ondraaglijk lange wachttijd in de kou, gingen de verschillende deuren van het theater eindelijk open. Zo hard mogelijk ren ik de trap op die tot halverwege de zaal leidt – gelukkig houd ik mijn conditie op peil met regelmatig hardlopen… Eenmaal daar aangekomen zie ik tot mijn verbazing dat er beneden nog enkele stoelen op de eerste rij vrij zijn.
Zonder te aarzelen storm ik de trappen van de zaal af en pak de eerste de beste vrije stoel. Nu dit belangrijke onderdeel van mijn missie is volbracht werp ik een blik op het podium en realiseer me dat het nauwelijks mogelijk zou zijn geweest om dichter in de buurt van Blanchett te zitten.
Blanchett’s begeleider blijkt vanaf de zijkant van het podium toe te hebben staan kijken en steekt zijn duim naar me op. Vanaf dat moment wist ik dat er een grote kans was dat mijn plan zou slagen, mits ik niet op het laatste moment cold feet zou krijgen.
Ik had al bedacht dat het moment om de brief te overhandigen helemaal aan het einde van de Talk zou komen. De zaal was uitverkocht; exclusief mijzelf zouden er tegen die tijd 899 mensen staan te applaudisseren terwijl ik op Blanchett af moest lopen om te doen wat ik moest doen. Die mensen- inclusief de man van Blanchett, die eveneens op de eerste rij plaats had genomen – zou ik allemaal volstrekt moeten negeren.
Festivaldirecteur Clare Stewart betreedt het podium en introduceert als eerste regisseur Guy Maddin. Kort daarna verschijnt Blanchett, onder daverend applaus van het publiek, en neemt inderdaad plaats op slechts een paar meter afstand van waar ik zit. Snel maak ik enkele foto’s met mijn telefoon, gedreven door het gevoel dat dit moment me de volgende ochtend volkomen onwerkelijk zou lijken.
Dergelijke sessies verlopen volgens een strak geregisseerd script, Blanchett weet precies wat er zal gebeuren. Ze weet dat de festivaldirectrice de Talk zal afsluiten met de aankondiging dat er na hun vertrek van het podium nog een korte film van Maddin wordt vertoond. Dat is Blanchett’s cue om vervolgens op te staan — en voor mij het teken om haar daarin voor te zijn.
Terwijl de zaal uitbarst in een daverend applaus, haal ik mijn brief uit mijn tas en stap vastberaden op Blanchett af.
“Ms.Blanchett!” roep ik boven het applaus uit terwijl ik de envelop naar voren houd. Haar blik vindt me vlot, en wat daarna gebeurt, is onmogelijk in woorden te vatten.
Ze valt volstrekt uit haar rol. In haar ogen lees ik pure verbazing en een vleugje paniek, alsof ze bij zichzelf denkt: “This isn’t written in the script!” Blanchett’s begeleider had haar overduidelijk niet ingelicht!
Tot mijn plezier en opluchting neemt ze de envelop aan.
“I’ve been a fan of yours for 24 years,” begon ik, maar door het kabaal van de 899 mensen achter me verstaat ze me niet. Ze kijkt me onderzoekend aan, zo indringend dat door mijn hoofd schiet: “Shit, ze probeert me te ‘lezen’!”
Ze buigt zich naar voren om beter te kunnen horen wat ik zeg.
“I’ve been a fan of yours for 24 years,” herhaal ik, “that started here in Rotterdam. I now live nearby Maastricht, but today you’ve given me a wonderful trip down memory lane. I’ve written you a letter.”
Terwijl ze mijn envelop in haar handen houdt, luistert ze aandachtig. Vervolgens leunt ze weer achterover in haar stoel en zegt met haar kenmerkende diepe stem: “Thank you.”
“No, thank you!” roep ik haar nog na, maar waarschijnlijk heeft ze dat niet meer gehoord.
Of Blanchett mijn actie heeft weten te waarderen, zal ik waarschijnlijk nooit te weten komen, maar ik ben zelden zo gigantisch in mijn nopjes geweest met mezelf. Want hoe je het ook wendt of keert, die avond vond er een wel heel bijzondere interactie plaats die ik nooit meer zal vergeten.
Dat jaar van mijn leven waarvan ik eerder die dag had gedacht het te hebben verloren, heb ik met dubbele kracht teruggewonnen.
De Big Talk met Cate Blanchett en Guy Maddin is hier te zien