Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


In gesprek met spoken

In het gedicht In the Waiting Room keert de ruim zestigjarige Elizabeth Bishop terug naar haar zesjarige zelf – “three days and you’ll be seven years old” – die in de wachtkamer van de tandarts zit, wachtend op haar tante. Ze observeert de andere wachtenden, bladert door een National Geographic van februari 1918, wanneer ze zich plotseling realiseert:

But I felt: you are an I,
you are an Elizabeth,
you are one of them.
Why should you be one, too?
I scarcely dared to look
to see what it was I was.

Bishop staat bekend als de dichter met ‘het oog’; dit fragment laat dat wat mij betreft schitterend zien – zo’n verbluffende helderheid, in een vorm die bedrieglijk eenvoudig lijkt.

Fast forward naar 2025. Ik sta voor het raam van mijn appartement en staar naar buiten, waar de absurde wielergekte van de Amstel Gold Race aan mij voorbij trekt. En het is weer eens zo’n dag waarop je bij jezelf denkt – misschien is dit de werkelijke absurditeit – nee, ik ben hier niet echt onderdeel van, dit is niet mijn wereld.

Onderwijl blader ik door mijn gedachten – herinneringen die nooit werden opgeschreven, slechts schimmen in mijn hoofd, ongrijpbare gedachten die blijven rondwaren. Ik las ooit dat Natalia Ginzburg geen dagboek bij kon houden. Haar korte teksten fungeerden daarentegen als een equivalent daarvan – ‘in die zin dat ik er gaandeweg in heb genoteerd wat ik me toevallig herinnerde of wat ik dacht,’ zo schreef ze.

Een van mijn meest levendige herinneringen is een klein trauma. Het stamt uit groep 3 van de basisschool, het jaar waarin we leerden lezen en schrijven. Dat ging me gemakkelijk af, maar ik was letterlijk de jongste van de klas — en tot overmaat van ramp ook nog eens halverwege het schooljaar ingestroomd, vanaf een andere school. Daardoor belandde ik automatisch in het laagste leesgroepje, waar ik me werkelijk stierlijk verveelde met de enórme koeienletters – zó absurd groot dat één zin meerdere pagina’s vulde.

De lessen Engels vond ik later altijd heerlijk. In tegenstelling tot Duits of Frans, waar je eindeloze rijen woorden uit je hoofd moest leren – wat mij niet lukte, want ik heb context nodig – kregen we in het Engels échte teksten. En zoals ik eerder al schreef: de Engelsen zijn meesters in het vertellen van spookverhalen, en die kregen we te lezen.

Ik ben dol op spoken – fluïde projecties die bestaan in het niemandsland tussen weten en verbeelden. In die teksten voelde ik me thuis.

De vrijheid van verbeelding die spookverhalen bieden, vond ik ook terug in de klassieke literatuur die we niet veel later zouden bestuderen. Natuurlijk – de iconische Jane Eyre! Ik herinner me nog goed een verhitte discussie met de docent en het afdelingshoofd. We konden het niet eens worden over de betekenis van het concept ‘mad woman in the attic’…

In die tijd realiseerde ik me hoe fascinerend het is om te praten over figuren die nooit werkelijk hebben bestaan, over de ideeën die we creëren in onze geest. Dat het uiteindelijk allemaal draait om spoken.

Zoals geesten die tussen werelden pendelen, voel ik mij niet helemaal hier, niet helemaal daar. Tot op de dag van vandaag begrijp ik niet hoe de leerkracht in groep 3 niet kon aanvoelen dat letters, woorden, teksten voor mij echt iets deden – iets wat ze nog altijd doen: resoneren, als stemmen uit een andere laag van de werkelijkheid, hoorbaar voor wie luistert.

– “You are one of them. Why should you be one, too?”
Elizabeth Bishop spookt door mijn hoofd…