Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


Black Bag: vertrouwen vermomd als spionagefilm

Vorige week donderdag stuurde een collega me een mailtje met een bericht dat De Volkskrant als wereldschokkend nieuws bracht. Pontificaal op de voorpagina las ik: ‘Cate Blanchett, de koningin van de moderne cinema, speelt nog in één film – en dan stopt ze. Wat maakt haar zo bijzonder?’ Met een verwijzing naar pagina 4 tot en met 7 van het cultuurkatern: een paginavullende foto op de cover en in dikke letters: ‘Cate kapt ermee’.

Er loopt bij De Volkskrant overduidelijk een fanatiek Blanchett-adept rond. Begrijpelijk, maar of Cate écht stopt… dat is nog maar de vraag. Ze rept namelijk met zo’n regelmaat over afscheid nemen – vaak na een project dat haar tot het uiterste dreef, zoals Tár of recentelijk The Seagull – dat je de klok erop gelijk kunt zetten.

En voordat je het weet, ben je als trouwe fan alweer op weg naar de bioscoop of het theater. Je zou haast denken dat ze het expres doet.

Dus ging ik deze week maar weer eens op pad, richting Pathé – onze concurrent, nota bene – om Black Bag te zien – misschien wel haar laatste film, als we De Volkskrant mogen geloven. De recensies wereldwijd zijn lovend, maar het grote publiek blijft uit.

Wat mij betreft is deze film slachtoffer van een overvolle markt waarin arthouse het verrassend goed doet. Mijn eigen filmhuis liet Black Bag links liggen – opvallend, want onze bezoekers komen juist af op namen als Blanchett en Fassbender. Maar ook voor een keten als Pathé is de film lastig te programmeren.

Want eigenlijk is Black Bag vooral één lange conversatie, vermomd als spionagefilm. Het plot doet er nauwelijks toe – de film draait om iets fundamentelers, iets ongrijpbaars: vertrouwen, en wat dat betekent binnen een huwelijk.

Overigens is niet iedereen even onder de indruk van mijn favoriete acteur. Afgelopen weekend liep een collega enthousiast op me af en zei: “Jouw fascinatie voor Cate Blanchett vind ik zó leuk, vooral omdat ik haar echt vré-se-lijk vind.”

Ehm… oké?

“Dat kan natuurlijk, geen probleem,” antwoordde ik, “maar mag ik dan wel vragen waarom je haar zo verschrikkelijk vindt?”

“Ja hoor!” zei ze, met zichtbaar genoegen, haar ogen glimmend van plezier, alsof ze er al op gehoopt had dat ik dat zou gaan vragen, en zonder aarzeling vervolgde ze: “Ik vind haar zó verschrikkelijk arrogant, kil en afstandelijk. Maar ik vind het juist ontzettend leuk dat jij daar zo enorm van kunt genieten!”

Normaal sta ik niet snel met mijn mond vol tanden, maar nu kon ik haar alleen maar met stomme verbazing aankijken. Even later vertelde ze dat ze die middag lekker in de zon ging zitten.

Daar moest ik zó hard om lachen, dat ik maar tegen haar zei: “Kijk, jij en ik kunnen het verder prima met elkaar vinden, maar we verschillen echt als dag en nacht, want ik kan niet wáchten om mezelf thuis in het donker op te sluiten!” Toen was het haar beurt om mij verbaasd aan te staren.

Ik wenste haar een fijne, zonnige middag – en dacht bij mezelf: gelukkig voor haar hoeft ze Blanchett nooit meer te zien – tot ze toch weer verschijnt, zoals altijd. Want dat is mijn vurige hoop – dat ze terugkeert, precies op het moment dat ik denk: nu is het écht voorbij.