De afgelopen dagen is het hier wat rustiger geweest dan normaal, maar dat heeft niets te maken met mijn vrij rigoureuze besluit van vorige week om ‘te stoppen met schrijven’.
Nee, ik ben weer behoorlijk enthousiast bezig met mijn studie, al heb ik vanwege allergieën nu zoveel last van mijn handen dat typen pijnlijk is en moeizaam gaat. Voor de pre-master moet ik veel teksten analyseren en essays schrijven.
Het schrijven moet ik nog grotendeels starten, maar ik vermaak me nu enorm met het oorlogsdagboek van Hanny Michaelis
[Oorlogsdagboek 1940-1945].
Op 10 februari 1943 schrijft ze:
“Ik geloof dat ik tot het ras van de mensenhaters hoor.”
Michaelis, die Joods is, zit sinds 1942 ondergedoken bij verschillende orthodox-protestantse gezinnen, en in haar dagboek schrijft ze scherp, beeldend en met ironie en cynisme op indringende wijze over haar omstandigheden en omgang met haar huisgenoten.
Wat me altijd weer verwondert, is dat sommige dingen blijkbaar nooit veranderen, omdat ze zo diep geworteld zijn in cultuur.
Michaelis voert bijvoorbeeld discussies over literatuur met haar huisgenoten, die er niets mee hebben:
“Hij bedoelt dat hij [literaire werken] niet begrijpt.”
Deze man in kwestie beschouwt kunstenaars als parasieten, die profiteren van de samenleving zonder iets terug te geven, en vaak zelfs schade aanrichten.
Hetzelfde idee dat tegenwoordig nog altijd door zogenaamde liberalen wordt gedeeld, namelijk dat de literatuur en kunsten in het algemeen geen maatschappelijk ‘nut’ zouden hebben.
De oppervlakkigheid en kortzichtigheid van die redenatie…
Het resoneert helaas nog altijd.
In de NRC van dit weekend lees ik de column van Floor Rusman, getiteld ‘ChatGPT ontneemt ons het nadenken’.
Ook ik maak me zorgen over deze ontwikkeling, zeker met de verkiezingen in zicht.
Ik was al geen fan van stem- en kieswijzers (en ik druk me voorzichtig uit), maar een tijdje geleden las ik dat mensen tegenwoordig aan ChatGPT vragen op welke partij ze het beste kunnen stemmen.
Het denken wordt blijkbaar maar al te graag uitbesteed aan iets wat niet wezenlijk bestaat, of dat nu een God is of ChatGPT.
Dit brengt me bij een ander artikel uit de krant van dit weekend, over de sluiting van een drukkerij in Amsterdam, ooit de grootste van Nederland.
De kranten van 30 augustus zullen de laatste zijn die daar gedrukt worden. Vanaf 1 september wordt de papieren NRC gedrukt in Paal-Beringen in Vlaanderen en van daaruit verspreid naar Nederland.
De reden? Afnemende belangstelling voor de papieren krant, aldus Mediahuis Nederland. Mensen lezen voornamelijk digitaal, vaak vanaf hun telefoon (wanneer gaan we dat apparaat nu eens noemen voor wat het is, een ongenode gast aan tafel?), en dus kost de papieren versie vooral geld.
Het is niet meer de voorpagina die telt, maar “het onderwerp waar we ‘s ochtends de site mee openen.”
Dit doet me denken aan mijn irritatie over het gebrek aan vers volkoren stokbrood in de lokale supermarkt, waar het alleen maar wit, wit, wit is wat de klok slaat.
Een paar dagen geleden zei ik nog tegen de caissière: “Het is zo jammer dat er geen vers volkoren stokbrood meer te krijgen is”, waarna de klant achter me zei: “Je kunt toch ook gewoon volkoren afbakbroodjes kopen, die zijn er altijd wel. Of kun je dat niet?”
Waarop de caissière tot mijn opluchting meteen zei: “Nee, dat is echt anders dan vers stokbrood.”
Ik merkte vervolgens op dat ik er onlangs bij de broodafdeling naar had geïnformeerd en het antwoord kreeg dat mensen geen vraag hebben naar volkoren, en dus wordt het nauwelijks meer aangeboden.
De caissière: “Wat een onzin argument. Er zijn zeker wel mensen die volkoren stokbrood willen, dus je moet het aanbieden!”
En precies dát is het probleem; niet alleen met het aanbod in de supermarkt maar ook met de papieren krant: ik wil ‘s ochtends vroeg mijn kopje thee op de katernen zetten en de krant in stukjes kunnen knippen of scheuren – uit interesse of frustratie.
Kennelijk wil de meerderheid dat niet, en dus zal de papieren krant, als het artikel gelijk heeft, binnen vijf jaar verdwijnen.
Zoals het volkoren stokbrood nu een anomalie is in de supermarkt, en de witte, lege variant volop aanwezig is.
Of zoals je ChatGPT niet zou moeten vragen op welke politieke partij je moet stemmen. Mensen zouden daar zelf over moeten nadenken, maar dat gebeurt blijkbaar niet.
‘We’ vertrouwen steeds meer op technologie voor zaken die voorheen persoonlijke, autonome handelingen waren, zoals het vormen van een politieke opinie.
Michaelis, een liefhebber van rust en klassieke muziek, schrijft op 19 oktober 1942 over het welkome afscheid van haar uiterst luidruchtige gastgezin:
“… het feit dat mijn gastvrouw onmiddellijk alle klassieke muziek bij elkaar zocht en naar zolder bracht, met een gezicht alsof ze wilde zeggen: ‘Hé, hé, die rotzooi is goddank weer van de vloer’.”
Het is de cultuur die maakt dat de minderheid altijd als een gevaar wordt gezien door de meerderheid. En dat mogen ‘we’ onszelf aanrekenen.