Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


De psychologie van literatuur

Al een tijdje ben ik bezig met een pre-master Kunst- en Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Zoals zo vaak het geval is bij projecten waar ik aanvankelijk erg enthousiast aan begin, verwatert de interesse na verloop van tijd en komt het uiteindelijk tot stilstand.

Met andere woorden: ik begin veel, maar maak bitter weinig af.

Dat dit frustrerend is, spreekt voor zich, maar er lijkt weinig tegen te doen. Behalve jezelf proberen opnieuw in gang te zetten, wat op zich al veel tijd en energie kost.

Vandaag, na maanden van uitstel, is het me eindelijk gelukt om de draad weer op te pakken.

De pre-master draait om onderzoeksontwikkelingen en -vaardigheden. Twee boeken met wetenschappelijke teksten worden meegeleverd, die je moet bestuderen.

Een van de onderwerpen betreft de vraag of je bij close reading ook informatie over de auteur en de context waarin deze zijn werk schreef, moet meenemen in je interpretatie. (Trouwens, met ‘zijn’ bedoel ik auteurs in het algemeen, niet alleen mannelijke auteurs…)

Het is van belang om te beseffen dat lezers verschillende betekenissen aan dezelfde tekst kunnen geven. Wuthering Heights heb ik hier altijd een mooi voorbeeld van gevonden.

Wuthering Heights wordt voornamelijk gelezen als een klassiek liefdesdrama, maar toen ik het (vele jaren geleden) las, viel me op dat de dynamiek tussen Catherine en Heathcliff wel zó extreem is dat ik het verhaal ook psychologisch kan interpreteren.

In deze lezing wordt de beroemde uitspraak ‘Nelly, I am Heathcliff!’ het sleutelmoment, waarin de twee hoofdpersonen eigenlijk één en dezelfde figuur worden.

Dit lijkt misschien vergezocht, maar het is zeker mogelijk, mede door de duidelijk spirituele elementen die in de roman verweven zijn.

Zoals ik eerder al schreef, zijn spookverhalen meer dan enkel ‘eng’ – ze dienen vaak om de menselijke psyche te onderzoeken. En volgens mij doet Emily Brontë dat op meesterlijke wijze in Wuthering Heights.

Wat het verhaal nog intrigerender maakt, is het feit dat er vrijwel niets bekend is over Emily Brontë zelf. Dit komt mede doordat haar zus Charlotte haar brieven verbrandde, waardoor Wuthering Heights, naast briljant, ook enigszins mysterieus blijft – een soort literair enigma.

De boekenbijlage van de NRC van 1 augustus ging over ‘Het verborgen leven van Thomas Mann‘ en behandelde, mede door recent verschenen biografieën, vooral zijn vermeende homoseksualiteit. Zijn werk wordt op deze manier gereduceerd tot deze zogenaamde ‘verborgen identiteit’.

Zelfs wanneer ik de veranderende tijdgeest in ogenschouw neem, lijkt het mij volstrekt onmogelijk om – ik geef maar een voorbeeld – De dood in Venetië te lezen zonder het homo-erotische aspect te zien.

Maar zegt dit iets over de auteur? Is het echt belangrijk te weten of Mann homoseksueel was? (In de algemeenheid gesproken wordt de mogelijkheid van biseksualiteit in dit soort discussies opvallend genoeg vermeden.)

Literatuurcriticus Harold Bloom waarschuwde begin deze eeuw al voor het eenzijdig focussen op de (vermeende) homoseksualiteit van auteurs. In De kunst van het lezen schrijft hij in zijn inleiding:

‘De nieuwe biografieën die over [Thomas Mann] verschijnen, zijn bijna allemaal gebaseerd op zijn homo-erotische aspecten, alsof hij alleen maar voor onze interesse behouden kan blijven als hij als homoseksueel wordt bestempeld en als zodanig een plek in ons lesprogramma kan verwerven.

Hoe verder we teruggaan in de tijd, hoe minder er doorgaans bekend is over zowel de auteur als de tekst zelf. Wie wás Shakespeare nu eigenlijk? En is het vinden van het antwoord belangrijker dan het overgeleverde werk? (En laten we het maar niet hebben over religieuze teksten.)

Verandert Elizabeth Bishops One Art wanneer je weet dat ze het in de laatste jaren van haar leven in een voor haar doen ongekend snel tempo schreef nadat haar 33 jaar jongere vriendin haar wegens alcoholmisbruik had verlaten?

Misschien niet voor de casual lezer, want het thema van verlies en verandering dat de villanelle behandeld is universeel. Maar voor scholars en fans van Bishop kan het wel degelijk van belang zijn.

Het hangt ook af van de context van het werk. Ik denk dat Virginia Woolfs Orlando – al sterk genoeg op zichzelf – nóg beter wordt als je let op de opvallende ondertitel ‘A Biography’ en aan wie het boek is opgedragen:
‘To V. Sackville-West’.

Ik vrees dat we nooit echt van de discussie af zullen komen of een literair werk los van de auteur moet worden beschouwd. Het lijkt een vraag die vooral bedoeld is om literatuurwetenschappers bezig te houden…

Of ben ik nu te cynisch?