Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


Lascaux en de Deuren der Perceptie

Eerder heb ik al aangegeven dat het de moeite waard is om dieper in te gaan op David Lewis-Williams’ invloedrijke boek The Mind in the Cave (2002), hoe controversieel zijn theorie over de oorsprong van menselijke cognitie ook mag zijn.

Lewis-Williams, een gerenommeerd archeoloog en expert in prehistorische kunst, beweert dat grotschilderingen uit de prehistorie niet zomaar willekeurige kunstwerken zijn, maar het resultaat van specifieke bewustzijnstoestanden van de makers. Volgens hem zijn de schilderingen verbonden met spirituele en mentale toestanden die sterk overeenkomen met sjamanistische rituelen van inheemse culturen vandaag de dag. Hij ondersteunt zijn theorie door op een heldere en wetenschappelijke manier de neurologische processen achter onze waarnemingen en hallucinaties uit te leggen, wat versterkt wordt door het gegeven dat we niet weten wat bewustzijn precies is.

Zijn theorie is dat de hallucinaties die mensen ervaren tijdens trance-achtige staten te maken hebben met de manier waarop de hersenen visuele informatie verwerken, waardoor archetypische beelden ontstaan.

Prehistorische grotten, zoals die van Lascaux, zouden symbolisch gezien de ‘onderwereld’ vertegenwoordigen – een toegangspoort naar andere dimensies en spirituele rijken. De schilderingen zelf maken deel uit van rituele processen: ze vergemakkelijken de spirituele toegang, aldus Lewis-Williams.

Hoewel er op deze theorie de nodige kritiek bestaat – vooral van archeologen die vinden dat het teveel leunt op moderne interpretaties van prehistorische rituelen – heeft het idee door de jaren heen steeds meer aan invloed gewonnen. Zo werd zelfs door de gids van Lascaux IV verwezen naar de shamanistische theorie.

De kritiek is niet onterecht, maar het blijft een feit dat we nooit precies zullen weten wat die mysterieuze eenhoorn of de vreemde, vallende figuur met erectie in Lascaux’s raadselachtige ‘shaft-scene’ betekend heeft. Wat we wél weten, is dat ze daar echt staan.

Hoe dan ook, de theorie van Lewis-Williams is onmiskenbaar fascinerend, en zijn uitleg is zo logisch dat ik, na het lezen van het boek, besloot om zelf een experiment uit te voeren – al was ik daarvoor ook deels geïnspireerd door Aldous Huxley.

In The Doors of Perception (1954) legt Huxley de link tussen kunst en de manier waarop kunstenaars proberen door de zogenaamde ‘deuren van perceptie’ heen te breken. Dit geldt niet alleen voor visuele kunst, maar ook voor muziek en literatuur.

Huxley is wellicht zelf het bekendste voorbeeld van deze zoektocht naar bewustzijnsverruiming. Het is bijna surrealistisch dat iemand op zijn sterfbed zou denken: “Waaróm zou ik niet sterven tijdens een LSD-trip?” En toch is het gebeurd. Het is jammer dat we niet weten hoe dat precies voor hem was, maar het lijkt me wel de ultieme manier om die ‘deuren van perceptie’ zo ver mogelijk open te zetten en die andere dimensie te betreden.

In 1951 reisde Huxley samen met zijn vrouw Laura, en in gezelschap van Elizabeth Bishop, naar de Amazone om kortstondig bij een inheemse stam te verblijven. Bishop heeft haar ervaringen vastgelegd in het essay A New Capital, Aldous Huxley, and Some Indians. Huxley was diep geïnteresseerd in de mystieke en spirituele dimensies van inheemse culturen, en de reis naar de Uialapiti-stam speelde een rol in de ontwikkeling van The Doors of Perception.

Waar Lewis-Williams een neurologische benadering biedt van hoe onze hersenen perceptie en hallucinatie creëren, nodigt Huxley ons uit om door de ‘deuren van perceptie’ zelf te stappen — een bewuste verkenning van de zintuiglijke ervaring. Beide benaderingen zijn verbonden door diezelfde wens om de barrières van het zelf te doorbreken, om toegang te krijgen tot datgene wat altijd buiten ons bereik lijkt te liggen.

Wat mijn eigen experiment betreft, laat ik het erbij houden dat ik na afloop niet alleen Lewis-Williams’ theorie volledig overtuigend vond, maar dat ik ook ineens de derde akte van 2001: A Space Odyssey veel beter in een soort kosmisch bewustzijn kon plaatsen.

De visuele en symbolische wereld van wat ook wel de Star Gate-sequentie wordt genoemd, voelde na mijn experiment ineens als een metafoor voor de hallucinatoire ervaringen en de zoektocht naar hogere bewustzijnstoestanden die Lewis-Williams en Huxley beschrijven.

De kijker ervaart hoe astronaut Dave Bowman een intense, visueel overdonderende reis maakt door een kosmisch landschap, waarin tijd en ruimte lijken te vervormen. Het is een reis die de grenzen van zijn zintuigen overschrijdt en hem naar een hoger, bijna onbegrijpelijk niveau van bewustzijn brengt — een staat waarin de vertrouwde fysieke realiteit niet meer bestaat.

Dit soort transformaties, of ze nu plaatsvonden in de prehistorie of in de ruimte van Kubrick’s film, doen meer dan alleen de grenzen van de waarneming oprekken. Ze stellen ons in staat om het onzichtbare domein van het bewustzijn te betreden, via de grot van Lascaux tot de kosmos.

Wat het allemaal precies betekent, ontsnapt aan ons begrip — en misschien is dat precies de essentie van een reis die voorbij woorden en concepten gaat: het leven zelf.