“Afgrijselijk! Zo afgrijselijk!” – Handelsagent Kurtz velt vlak voor zijn dood in het hart van Afrika het definitieve oordeel over de mensheid, in Joseph Conrad’s Hart der duisternis.
———
Enkele jaren geleden werd ik door een Amerikaan, die op de hoogte was van mijn fascinatie voor grotschilderingen, gewezen op een auteur waar ik nog nooit van gehoord had: David Lewis-Williams, Professor Emeritus en Senior Mentor aan het Rock Art Research Institute van de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg.
Het boek dat me werd aangeraden was The Mind in the Cave – Consciousness and the Origins of Art, waarin Lewis-Williams een omstreden theorie over de oorsprong van rotskunst op fascinerende wijze uitwerkt. Ik kom hier in een latere blogpost nog wel op terug, want hoe omstreden ook, het is onmiskenbaar fascinerend. En ik schrik nu eenmaal niet snel van omstreden theorieën.
Mind in the Cave leidde me naar een ander werk: Deciphering Ancient Minds. In dit boek onderzoekt Lewis-Williams, opnieuw, of de denkpatronen van oude volken – degenen die leefden vóór het bestaan van schriftelijke verslagen – fundamenteel anders waren dan die van ons vandaag de dag.
Ditmaal doet hij dat aan de hand van de San, een inheemse bevolkingsgroep die oorspronkelijk uit het zuidelijke deel van Afrika komt, voornamelijk uit de regio’s van Zuid-Afrika, Botswana, Namibië en Angola. Ze worden beschouwd als een van de oudste continuë bevolkingsgroepen op aarde, maar ik had er nog nooit van gehoord.
Althans, dat dacht ik, want ze staan beter bekend als ‘Bosjesmannen’. Een term die meer zegt over ons dan over de San, aangezien het een koloniale term is die een etnische en culturele identiteit reduceert tot een stereotype.
Eeuwenlang vormden de San kleine jager-verzamelaar gemeenschappen. Ze bewoonden als enigen het gehele zuidelijk-Afrika en hun rotstekeningen behoren tot de eerste der menselijke kunstuitingen.
Vanaf de 17e eeuw, toen Europese kolonisten zich in Zuid-Afrika begonnen te vestigen, werd genocide gepleegd op de San. Nederlandse kolonisten, ook wel de Boeren genoemd, hadden hier een aanzienlijk aandeel in. De door de Boeren toegepaste methodes om de San te verjagen en massaal uit te moorden waren zó erg dat zelfs de Britten vonden dat ze te ver gingen.
Dankzij Lewis-Williams kwam ik vervolgens op het spoor van een bijzonder indrukwekkend verzamelwerk:
Claim to the Country – The Archive of Wilhelm Bleek and Lucy Lloyd.
Samengesteld door de Zuid-Afrikaanse kunstenares en onderzoeker Pippa Skotnes, onderzoekt dit boek, via verschillende vormen van media zoals (historische) tekst, beeld en kunst, de geschiedenis en hedendaagse situatie van de San, met bijzondere aandacht voor de interactie tussen deze gemeenschap en de koloniale en postkoloniale structuren van Zuid-Afrika.
Wat zowel Lewis-Williams als Skotnes overtuigend duidelijk maken, is hoe de agrarische handelscultuur van de Europeanen radicaal botste met de dynamische jager-verzamelaar cultuur van de San. Dit volk had bovendien een bijzondere manier van communiceren: de San Bushman taal was fonetisch.
Deze door de Boeren totaal onbegrijpelijk beschouwde taal werd door de Duitse etnoloog en taalkundige Wilhelm Bleek en de Britse Lucy Lloyd zo snel mogelijk maar nauwkeurig gedocumenteerd. De taal stond op het punt van uitsterven door het systematisch geweld van de kolonisten en de verwoesting van de San-gemeenschappen. Dit zou leiden tot het verlies van een van de oudste en meest fonetisch complexe talen ter wereld, waarmee de wereldvisie van een heel volk verloren ging.
De kolonisten beschouwden de oorspronkelijke bewoners immers als minder dan mensen – als dieren die geëlimineerd konden worden, niet waardig om te bestaan.
Dit proces van ontmenselijking wordt vandaag de dag nog steeds actief gevoed door politiek taalgebruik en beelden. Ook in Nederland, waar de verkiezingen naderen en politieke partijen dehumanisering aanmoedigen door bepaalde bewoordingen te gebruiken, of het nu gaat om ‘asielzoeker’, ‘nareiziger-op-nareiziger’ of ‘bijstandsgerechtigde’. Laat staan het politieke debat over gezinshereniging, in een land dat zich altijd beroemt op het gezin als hoeksteen van de samenleving…
Ik heb dan ook niet voor niets gekozen om dit blog te openen met een citaat uit Joseph Conrads Hart der duisternis. Kurtz lijkt zich zijn eigen morele desintegratie niet te realiseren. Vanuit zijn functie als handelsreiziger schrijft hij een rapport vol ‘vurige’ en ‘nobele’ woorden over het welzijn van de inheemse bevolking en ordelijk koloniaal bestuur, zonder praktische voorstellen, dat eindigt met het volgende oordeel over de eerste groep:
“Uitroeien die beesten!”
De vraag die Conrad oproept is de volgende:
Wie, precies, is hier primitief?
Wie is hier het monster?
De ongemakkelijke waarheid is dat je dat zelf kunt zijn, wanneer je ‘de ander’ ontmenselijkt.
I am the language that has no speaker
– woorden van een San Bushman,
vastgelegd door Wilhelm Bleek en Lucy Lloyd.