Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


Beschaving past niet in een tas

Ik ben aan het inpakken. Of beter gezegd: ik worstel weer ouderwets met tassen, te veel spullen en de gebruikelijke tegenzin die me bij elk vertrek overvalt.

Blaise Pascal hoor ik in mijn hoofd. Die zei namelijk ooit iets als: wie zich thuis weet te vermaken, voelt weinig drang om zijn biezen te pakken of oorlog te gaan voeren. Ik snap dat. Inpakken voelt al als strijd genoeg.

Bij het idee alleen al heb ik bijna spijt dat ik überhaupt ergens naartoe ga. Inpakken vereist overzicht, structuur, keuzes – allemaal dingen die ik liever ontwijk. “Er zijn handige paklijsten en inpaktips online, Yvette.” Ja, vast, maar ik hoef ze echt niet.

Ik heb een paar boeken met schrijfoefeningen liggen – van die enthousiast geschreven 365-dagen-trajecten, elke dag een schrijfopdracht, een prikkel, een richting wanneer je vast loopt. Ze zijn goed geschreven, zoals je mag verwachten van schrijvers die schrijven-over-schrijven. Maar ik heb er nog nooit één oefening uit gedaan. Allemaal goed bedoeld natuurlijk, net als die paklijsten. Maar al die tips en adviezen roepen bij mij een hardnekkige weerzin op.

Dus laat ik mijn verhaaltjes doorgaans maar een beetje meanderen. Korte verhalen kunnen dat uitermate goed hebben.

Als ik na wat gevloek en getwijfel mijn spullen enigszins bij elkaar heb, begint het écht afschuwelijke onderdeel: het inpakken zelf. Koffers zijn het ergst – strak, hermetisch, onbuigzaam. Tassen hebben tenminste nog iets toegeeflijks. Gelukkig hoef ik niet te vliegen, dus het wordt een tas.

Een tas die al vol zit voordat je de helft van je beoogde kleding op hebt gevouwen…

Maar stél dat dit allemaal nog rédelijk soepel verloopt, dan volgt de hel van de elektronica: kabels, laders, adapters – ieder uiteraard in hun eigen formaat. Ze komen er steevast als een verstrikt kluwen weer uit, hoe netjes je ze ook inpakt. Op zulke momenten denk ik weer bij mezelf: waar heb ik dit aan verdiend?

Natuurlijk weet ik dat dit een luxeprobleem is. En ik weet dat ik binnen afzienbare tijd weer thuiskom, in mijn eigen bed zal liggen, met mijn eigen boeken – die ik hoe dan ook zal missen. Ik houd van ze.

Vakantie is een privilege. Alleen daarom al is het belangrijk om het besef vast te houden – zeker nu giftige verkiezingscampagnes in volle gang gezet zijn – wat het met iemand doet als een vertrek uit huis of regio géén keuze is.

In de weekendbijlage van de NRC lees ik een interview met Maxim Februari. Gevraagd waarom hij opnieuw columns voor de krant is gaan schrijven, zegt hij: “[Schrijven] is een akte van wat we willen behouden, wat belangrijk is. Het laten zien wat beschaving is, wat cultuur is, wat dat inhoudt, hoe dat eruitziet.”

Die woorden neem ik graag mee. Ook als ik even niet schrijf.

De komende twee weken zal het hier naar verwachting namelijk wat stiller zijn. Maar misschien blader ik onderweg toch maar eens naar het hoofdstuk ‘Reisverhalen schrijven’…