Oostenrijk
Je denkt een rustige wandeling te maken door de (relatief) ongerepte natuur van het imposante Kaiserbachtal – tussen de Wilder en Zahmer Kaiser in – totdat je je ineens bevindt op iets wat nog het meest wegheeft van een ‘belevenispad’…
Het opvallende informatiebord en de levensgrote figuren van Schnackler und Koasabacha bij de ingang van het dal hadden eigenlijk al een waarschuwing moeten zijn.
Het verhaal achter de figuren gaat ongeveer als volgt:
In het Kaiserbachtal woont een jonge, vrolijke herder die Schnackler wordt genoemd omdat hij constant klakkende geluidjes met zijn tong maakt en met zijn vingers knipt. Zijn kenmerkende geluiden galmen door het dal, totdat een boer opmerkt dat het plots wel heel stil geworden is.
De boer gaat op zoek en vindt Schnackler, die vertelt dat iemand hem imiteert én vijf van zijn schapen heeft gestolen. De boer adviseert hem om raad te vragen bij Koasabacha, een vriendelijke kobold.
En ja hoor: Koasabacha blijkt de imitator én dief, maar alles komt goed – de eenzame kobold wilde gewoon vrienden worden met Schnackler. Eind goed, al goed.
Tot zover leek het een charmant folkloreverhaal. Niets om me druk over te maken, dus vervolgde ik monter mijn tocht.
Maar al snel doemde er een merkwaardig bouwwerk op – iets wat duidelijk voor kinderen bedoeld was. Zomaar, pontificaal midden in een landschap dat geen enkele opsmuk nodig had… Mijn eerste alarmbelletje ging nu écht rinkelen.
Een paar honderd meter verder stond nóg een creatie. Een spinnenweb, compleet met uit de kluiten gewassen spinnenfiguurtjes.
Ik háát spinnen…
Iets verderop stond een slangvormig klimding. In een zijpad waren vijf schapen ‘verstopt’ — een overduidelijke verwijzing naar het ‘folklore’-verhaal.
Inmiddels had ik sterk het vermoeden gekregen dat het hier in dit dal meer om toerisme en economie draaide dan om folklore…
Met elk volgend ‘kunstwerk’ leek het pad verder van zijn oorspronkelijke glorie te vervreemden.
Hogerop in het dal stuitte ik op een ‘geheime’ hut, waar een groep kinderen gillend omheen stond te rennen. Iets verderop zat een stel op een bankje toe te kijken. De vrouw, hoogzwanger, zat erbij alsof ze zojuist besloten had haar reisgenoten iets aan te doen. De man naast haar zat diep voorovergebogen in zijn telefoon – totaal afwezig. Ze keken niet op of om, dus liep ik zonder groet verder.
Even later passeerde ik een ander bouwsel waar een vrouw een baby uit een kinderwagen tilde en een man met een peuter speelde bij het zoveelste ‘belevenis-object’.
Tegen die tijd had ik het genieten al lang ingeruild voor ergernis. Wat is er in vrédesnaam gebeurd met rustig wandelen en genieten van wat de natuur te bieden heeft? Ik bevond me immers in de Zahmer Kaiser, Tirol – een adembenemend berggebied.
Dit pad, ooit een eenvoudige route richting de Grieseneralm (1024 m) en verder stijl omhoog naar het Stripsenjoch (1577 m), is nu volgepropt met houten installaties, bordjes en ‘leuke’ opdrachten, speciaal voor kinderen en hun ouders.
En ik blijf me afvragen: waarom moeten kinderen de natuur ‘beleven’ via klimtoestellen en themapaden, terwijl de natuur zélf de ultieme belevenis is?
In mijn vakantieverblijf aangekomen google ik eens op ‘Schnackler und Koasabacha’, en jawel hoor:
Het Schnackler-belevenispad, speciaal ontworpen voor de jongere bezoekers van het Kaiserbachtal, vertelt op meerdere haltes het verhaal van de “Schnackler” en de “Koasabacher”. De kinderboekenauteur uit Kirchdorf, Bettina Reiter, vat in een grappig verhaal de bijzonderheden van het natuurgebied samen. Langs het pad wordt dit verhaal aan kinderen overgebracht in de vorm van speel- en informatie-elementen.
Zelf was ik vanuit het dal omhoog gewandeld, maar wie liever met de auto komt, wordt uiteraard geadviseerd de tolweg te nemen – direct naar het officiële startpunt van het Schnackler-belevenispad.
Als de natuur eerst in een verhaaltje verpakt moet worden om überhaupt nog op te vallen, zegt dat misschien vooral iets treurigs over onszelf. Ik laat de hoop op een gezonde toekomst voor Homo sapiens – voorlopig – maar weer even varen…
