Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


Snacken in Dolby Surround

Not all cinema’s are the same,” zei Cate Blanchett recentelijk in een interview – en ze heeft helemaal gelijk.

Eerder deze week las ik in de krant een stukje over bioscoopetiquette: ‘Bioscoopbezoek is veranderd – 20 procent van de tieners gebruikt zijn telefoon tijdens de film.’

Dit fenomeen is vooral na de pandemie toegenomen, en ook in ons filmhuis merken we dat het publiek diverser is geworden. Dat is op zich positief, maar voor ons en onze trouwe – vaak wat oudere – bezoekers is het soms wennen.

Wij zijn nog een van de weinige bioscopen waar eten in de zaal niet is toegestaan. Persoonlijk hoop ik dat we deze uitzonderingspositie kunnen behouden en als een uniek kenmerk blijven koesteren.

Ik heb een hekel aan snackgeluiden in Dolby Surround – ze halen me uit de film en terug in het hier-en-nu. En juist dát is wat ik probeer te vermijden wanneer ik naar de bioscoop ga.

Maar onze jongere bezoekers denken er vaak anders over. Tijdens het controleren van de zalen – na afloop van een film – vinden we, sinds de pandemie, dan ook geregeld popcorn, chips of ander snoepgoed terug. Meestal weten we dat al van tevoren, want dat hangt sterk af van het type film dat we vertonen.

Dit is wat er dan gebeurt: schuin tegenover ons zit een Pathé-cinema, waar je bij binnenkomst direct wordt geconfronteerd met snoepgoed. Veel jonge bezoekers slaan daar hun slag, stoppen de snacks in hun tas en eten ze vervolgens bij ons – op nogal slordige wijze – tijdens de film op.

Als ik het even kan voorkomen, vermijd ik Pathé – hoewel Cate Blanchett me er zo nu en dan toch toe weet te dwingen…

Het voelt er vaak alsof de film bijzaak is. Alles is er geautomatiseerd — voor mij is dat juist wat film kijken niet moet zijn. Want dan kan ik net zo goed ‘een dvd’tje opzetten’, zoals Hugo de Jonge achteloos, en bijzonder knullig, voorstelde in een van zijn coronapersconferenties.

Juist het menselijke contact maakt ons filmhuis zo bijzonder: bezoekers kunnen praatjes met ons maken. Niet iedereen stelt dat op prijs – wat helemaal prima is – maar voor veel mensen is het juist dé reden waarom ze naar ons komen.

Film is een collectieve ervaring – en dat merk je vooral in de kleine, persoonlijke momenten die zich zo rondom het grote doek afspelen.

Vaste bezoekers leer je beetje bij beetje kennen, en andersom. Zoals de mevrouw wiens dochter ook Yvette heet, en die om die reden een zwak voor me heeft. Zij komt altijd naar de matineevoorstellingen.

“Ik ga niet graag ‘s avonds naar de film”, vertrouwde ze me laatst toe.

“Ik ook niet”, zei ik, “want ik heb meestal nog tijd nodig om een film te verwerken, en als ik laat thuiskom, kan ik vaak niet slapen. Daarom blijf ik ‘s avonds liever rustig met een boek op de bank liggen.”

Ze legde haar hand op mijn arm, keek me even doordringend aan en zei: “Jij bent een échte Yvette.”

Mensen komen vaak niet alleen voor de film, maar ook voor de waardevolle sociale connecties. Dat maakt een filmhuis als dat van ons tot onschatbare waarde voor cohesie in de samenleving.

Iets waar de politiek niet alleen van kan leren – maar ook actief aan zou moeten bijdragen.