“Laat degene die niet kan denken wat hij voelt, gehoorzamen aan de grammatica.
Laat hij die wat hij wil zeggen beheerst, haar gebruiken.”
— Fernando Pessoa, Boek der rusteloosheid
Vanmorgen las ik in het NRC een artikel over ChatGPT in het klaslokaal. Docenten letten inmiddels scherp op bepaalde elementen in teksten van hun leerlingen: opvallende woorden die niet passen bij het vocabulaire, stijlkundige afwijkingen zoals veelvuldig gebruik van het gedachtestreepje (als je die weghaalt, ziet je tekst er kennelijk al veel minder verdacht uit), en ja — een komma voor en.
Nu wil het toeval dat ik dól ben op gedachtestreepjes. Ik speel ermee. Leun erop. Gebruik ze om lucht, ritme en een stem in mijn tekst te krijgen. Ik heb het geleerd van Elizabeth Bishop, die in haar brieven gretig strooide met em-dashes en driedubbele puntjes… Het resultaat? Teksten die ádemen — en zij was er een meester in.
Sla een willekeurige brief van haar open — in de correspondentiebundels One Art, Words in Air of Elizabeth Bishop and the New Yorker — en je wordt begroet met een weldaad aan streepjes, puntjes en alle mogelijke leestekens die ze op haar typemachine kon vinden.
Vooral die laatste bundel is een feest, als je van interpunctie houdt. De hele correspondentie draait erom. Velen vinden het vermoeiend leesvoer. Ik smúl van elke komma-discussie tussen Bishop en haar redacteuren. Alles draait om ritme, toon en intentie.
In november 1952 schrijft redacteur Katharine S. White aan Bishop het volgende advies, dat typisch is voor de nauwkeurigheid van The New Yorker:
“This long sentence seems to need the ‘and’ for sentence structure, and a slight change in punctuation for clarity.”
Een paar dagen later schrijft Bishop terug dat ze enkele suggesties van White over heeft genomen, en legt vervolgens minutieus uit waarom ze andere juist heeft afgewezen. Het is een prachtig voorbeeld van een verschil in leesstijl:
“I’m not sure that I’ll feel able to change as much as you may want changed—the paragraphing, for example, and the quotations. I worked over them for a long time to try to get a certain tempo that I think I’ve got. Better punctuation may help some, but I wanted to give the effect of nervous voices, exchanging often ambiguous remarks, floating in the air over the child’s head.”
Daar draait het om bij Bishop: toon. En grammatica, interpunctie, witregels — die zijn voor haar geen regels, maar gereedschap. Geen betonnen kaders, maar ádem in de tekst.
Bishop schreef ooit aan haar goede vriendin Marianne Moore, nadat een gedicht van Moore door The New Yorker was afgewezen:
“What I think about The New Yorker can only be expressed like this:
*!@!!!@!*!!”
En iets later:
“I simply can’t understand The New Yorker—or yes, perhaps I can—they want all New Yorker poetry to sound like New Yorker poetry, on & on…”
Daarom zijn haar brieven voor mij een eindeloze inspiratiebron: ze schrijft alsof je haar hoort spreken. En voor mij is dat de allermooiste manier van schrijven. Ik lees tekst zoals een musicus een partituur leest: je hóórt het ritme, de intonatie, de pauzes.
“Jat jij dat dan niet gewoon van Bishop?” zou iemand kunnen vragen.
Maar nee. Althans, dat denk ik niet. Ik zie er geen kwaad in om te leren van gelauwerde auteurs. Cate Blanchett verwoordde dat prachtig op het IFFR:
“I think often we’re told, as developing artists, that you somehow have to find your own voice. Whereas I will beg, borrow and steal from anyone and anything. And I think partly it’s a hommage, but also partly it’s a way to connect with someone through recognition […] filtered through your own prism.”
Tijdens het schrijven van Een brief aan Cate Blanchett had ik een éindeloze discussie met mijn beste vriend over een komma in een zin. Hij vond haar overbodig — ik vond haar noodzakelijk. Hij zei:
“Als je dan toch om voor mij onduidelijke redenen per se een komma wilt hebben, plaats die dan wat later in de zin.” Oké, prima, compromis bereikt.
En dan zijn er nog de discussies over mijn favoriete zonde: de komma voor en. Laat ik dit moment gebruiken om een hardnekkig misverstand recht te zetten: je mag een komma zetten voor en. Sterker nog: soms moet het. Twijfel je? Lees de Schrijfwijzer.
Gebruik ik dan geen ChatGPT? Jawel — maar als redacteur. Je kunt een tekst namelijk honderden keren nalezen en tóch die ene evidente fout over het hoofd zien. Iedereen kent het waarschijnlijk wel: je typt een mail, leest hem tot in den treure na, en ziet de fout net nadat je op ‘Verzenden’ hebt geklikt…
Bovendien klinken d’s en t’s in mijn hoofd nu eenmaal hetzelfde — een probleem. Tijdens het redigeren haal ik er veel uit, maar lang niet alles. Bishop had The New Yorker, ik heb ChatGPT als redacteur. Fouten sluipen erin — altijd. ChatGPT helpt me die er (hopelijk) uit te vissen, niet om mijn stijl over te nemen.
Taalgevoel laat zich niet genereren; mijn stukjes zijn helemaal zelf geschreven. Het groeit — in komma’s, streepjes, stiltes. In duizend keer herlezen, herschrijven, en ja — zelfs in een discussie over een komma voor en.
Everything only connected by ‘and’ and ‘and’
— Elizabeth Bishop, Over 2,000 Illustrations and a Complete Concordance