Liefde in haikuvorm? De contactrubriek van De Groene Amsterdammer blijkt een goudmijn voor tragikomische literatuur.
Lezers van mijn eerdere stukken weten dat ik er plezier in schep om de wereld om me heen te verbinden met literatuur. Daarmee loop ik het risico dat de lezer mij arrogant vindt – wat ik uiteraard hoop te voorkomen.
Naast de Grote Romans heb ik namelijk ook een ‘literaire’ guilty pleasure: de rubriek Klavers uit De Groene Amsterdammer – en dan vooral de categorie ‘Kennismaking’. Daarin zoeken lezers naar de liefde, of op z’n minst een goed gesprek, in ultrakorte tekstjes die variëren van ontwapenend poëtisch tot tragikomisch absurd – en dan voornamelijk dat laatste. De kennismaking-Klavers zeggen veel over hoe mensen zichzelf presenteren en naar liefde zoeken.
Ik blader er maar wat graag naartoe zodra het nieuwe nummer in mijn brievenbus valt, want regelmatig lig ik dubbel van het lachen. En dat is bepaald welkom in een weekblad dat doorgaans niet bekendstaat om zijn lichtvoetigheid.
Wat me het meest fascineert, is het extreme format van de Klaver: een paar regels waarin je jezelf én een nog onbekende ander moet vatten. Personalia in haikuvorm.
Een kleine bloemlezing van recente inzendingen:
“Knappe carrièrevrouw (56) met warme persoonlijkheid zoekt sterke sociale man […] Goede balans tussen genieten van de wijde wereld en gelukkig zijn in het alledaagse en de ontmoeting.”
Niet zomaar een carrièrevrouw, nee: knap, warm en op zoek naar iemand die zich wellicht laat verleiden door zulke weke woorden. Want wat ís dat eigenlijk – een ‘sterke sociale man’? En wat betekent dat nu weer – gelukkig zijn in ‘het alledaagse en de ontmoeting’? Misschien ligt het aan mij, maar het klinkt nogal hol in de oren.
“Weduwnaar (74). Aardig, invoelend, slank, attent, energiek, vrolijk en jongensachtig, met heel lieve ogen. Af en toe prettig gestoord en groot mensenkenner. […] Wil graag zijn leven delen met een lieve, aantrekkelijke (innerlijk en uiterlijk) slanke vrouw met natuurlijke klasse 65+.”
Oudere mensen die op zoek zijn naar de liefde maken zichzelf vaak jonger en cultureel onderlegd, maar stellen dan wél uiterst specifieke eisen aan de ander. In dit geval: slank, en met ‘natuurlijke klasse’ – wat dat ook mag betekenen… Bij iemand die zich omschrijft als ‘groot mensenkenner’ krijg ik al snel beelden van een gepensioneerde Freud met een verrekijker op een terras.
“Vrouw (34), liefhebber van literatuur, film, kunst, muziek, fiets- & wandelvakanties én bezitter van volkstuintje. Zoekt V (29–39). […] Ik waardeer nieuwsgierigheid, generositeit, scherpe humor, emotionele intelligentie.”
Om te gieren – die toevoeging over het volkstuintje! Het doorslaggevende detail. En dan die reeks vage voorwaarden waar de ander aan moet voldoen…
En dan was er nog deze parel, van enkele jaren geleden:
“Plantaardige veellezer en kletskous (M/32/024) zoekt V die ook van letters houdt. Ik begon 2022 met Oorlog en Vrede, ben jij mijn Natasja?”
Fijn om te merken dat ik niet de enige was die na de Russische inval in Oekraïne de gelegenheid aangreep om Oorlog en Vrede weer eens open te slaan – mijn jaren ’30-editie is een wonderschone vertaling van deze klassieker.
Maar wat me vooral bijbleef: “plantaardige veellezer.” Je ziet hem zó voor je: een man, alleen aan tafel, bladgroen op het bord en Tolstoj in de hand – letterlijk en figuurlijk aan het kauwen op literaire kost. Boekenwurm krijgt ineens iets kannibalistisch.
En dan die uitsmijter: “Ben jij mijn Natasja?”
Ik weet niet of ik moet lachen of huilen. Liefde als een Tolstojaanse veldslag.
De Klavers blijf ik heimelijk lezen – steeds weer geraakt, geamuseerd, en ja, een tíkje verliefd.