Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


De waarde van economische leegte

Bij mij werkt veel nét even anders dan bij de meeste mensen. In de herfst en winter, vooral op die grijze, kletsnatte dagen waarop het nauwelijks licht lijkt te worden, voel ik me op mijn best. Warme dagen, of erger nog: claustrofobisch hete, kleffe dagen met van die eindeloos saaie, strakblauwe luchten, maken me juist bloedchagrijnig. Dan wil ik me het liefst terugtrekken in een koele grot voor een lange zomerslaap.

Aan grotten geen gebrek hier in de buurt, maar helaas zijn ze allemaal ontoegankelijk gemaakt—blijkbaar omdat sommige mensen ooit zo ver naar binnen zijn gelopen dat ze er nooit meer uitkwamen. Toch hoef je voor de heerlijke koelte en doodse stilte maar een paar stappen te zetten.

In De Groene Amsterdammer lees ik een artikel over de toename van gokverslaving sinds de gokmarkt in 2021 werd vrijgegeven. Het voelt bijna beledigend om te zeggen dat dit voorspelbaar was—zo voor de hand liggend is het.

Ruim tien jaar geleden had ik een bedrijfsuitje met een afdeling van Maastricht University naar Holland Casino in Valkenburg. We zouden daar met z’n allen eten, en wie wilde, kon daarna op eigen risico z’n geluk gaan beproeven.

Terwijl ik at, keek ik naar de mensen in het casino. Zelden zag ik zoveel depressiviteit verpakt als hoop. Mensen die úrenlang aan gokkasten trokken met een blik waarin ijdele verwachting en diepe triestheid zich vermengden. Puur uit medelijden gunde ik deze mensen een paar flessen van de sterkste drank ter wereld om ze uit hun lijden te verlossen.

Het eten was er overigens prima, maar ik ben na het toetje zo snel mogelijk vertrokken. Er zit een grens aan hoeveel slecht verborgen verdriet ik in één avond kan verwerken.

Ik lees verder: ‘Bijna een op de vier huishoudens belegt. Twee miljoen, vooral jonge mannen, investeren in crypto.’ Alleen al van het woord ‘crypto’ krijg ik een naargeestig leeg gevoel.

Even verderop lees ik: ‘Anderen hopen beroemd te worden via TikTok, Instagram, of door mee te doen aan Love Island.’

Ah… dat programma met date-lustige mensen op een eiland waar we blijkbaar massaal naar verlangden tijdens de pandemie, zodat we er weer over konden meepraten bij de koffieautomaat. Over dat fenomeen heb ik me al eerder verwonderd.

‘Als iedereen om je heen praat over snel rijk worden, moet je behoorlijk eigenwijs zijn om te kiezen voor een degelijke studie […]’ Ja, dat klopt wel. Deze eigenwijze geest werd ooit vriendelijk doch beslist voor gek verklaard toen ze besloot Economie te laten vallen—nota bene het vak waarin ik de hoogste cijfers behaalde. Maar economie is een verhaal, en zoals dat nu verteld wordt, laat het bijzonder weinig ruimte voor de menselijke betekenis die ik belangrijk vind.

Ik koesterde niet de illusie dat ik dat mondiale narratief zou kunnen herschrijven in een richting die volgens mij wél betekenisvol is. Dus dan maar de andere kant op: gratis stukjes schrijven op een openbaar blog.

“Maar Yvette, wil je dan terug naar het Neolithicum?” Of erger nog: de klassieke spot over ‘terug de grot in’. Nee, dat niet, althans, alleen op deprimerend warme dagen. Maar ik geloof wel dat verhalen de kern vormen van wat ons mens maakt. Onze huidige economie, die draait om zo snel en veel mogelijk geld verdienen, laat bijzonder weinig ruimte voor persoonlijke zingeving.

Of ik nu geloof in een leven na de dood of niet, doet er niet toe; wat hier materiële waarde heeft, zal in het hypothetische daar waarschijnlijk niets betekenen.

Onlangs kocht ik een boek: Het graf van Tut-Anch-Amon. Ontdekt door wijlen graaf Carnarvon en Howard Carter, geschreven door Carter en A.C. Mace. Deze Nederlandse vertaling stamt uit 1924.

Een vorige eigenaar had er twee krantenknipsels in bewaard, uit augustus 1959, over een gestolen gouden scepter van Toet-Anch-Amon uit het museum van ‘Kairo’, zoals het in het vergeelde krantenknipsel stond. Die scepter was bedoeld om de farao te begeleiden in het hiernamaals. In 1959 had hij een ‘onschatbare waarde’. Dat hij in déze wereld opdook en verhandeld werd, zegt alles over wat we waardevol zijn gaan vinden.*

Ook vandaag de dag wordt er aan culturele symbolen betekenis gehecht, al valt die betekenis soms moeilijk te bevatten.

In de NRC lees ik een column over het ‘teloorgegane Nederlanderschap’, dat meer zou zijn dan fietsen, drop, haring en bitterballen. We zouden er met elkaar over in gesprek moeten gaan, want we zouden er tróts op moeten zijn. Op Koningsdag bijvoorbeeld, of een wedstrijd van het Nederlands elftal. De Nederlandse vlag.

Héél even lonkt de verleiding om mijn frustratie weg te drinken…, maar dan klinkt op Radio 4 het Dies irae uit het Requiem van Mozart, en plots overvalt me een gelukzáligheid die met geen enkele valuta uit valt te drukken.

* Carter merkt overigens op dat het graf al in de oudheid is geschonden, en waarschijnlijk twee keer bezocht werd.