Gisteren stuitte ik op wat filmpjes van Koningsdag. Doetinchem, Utrecht, Amsterdam: overal massa’s mensen en een zee van oranje. Iedereen hopte enthousiast van links naar rechts en weer terug. Ze zagen er blij uit, en dat is natuurlijk mooi. Zelf zat ik er met toenemende verbazing naar te kijken.
Ik bedoel: de horror.
In een ander leven had mijn toenmalige vriend me weten te overtuigen dat het leuk zou zijn om naar het Rotterdamse Zomercarnaval te gaan.
Slecht idee.
Heel.Erg.Slecht.Idee.
Het begon al in de bus richting de stad: propvol. Op zich was ik wel wat gewend — de bus tussen Zoetermeer en Rotterdam voelde vaker als een rijdend blik sardientjes, maar deze bus zat gevuld met een akelige sfeer van vrolijkheid.
Eenmaal aangekomen raakte ik mijn vriend binnen een half uur kwijt in de menigte. Ik ben niet eens gaan zoeken. Met stevige passen liep ik terug naar het station en stapte in de eerste de beste — heerlijk lege — bus naar huis. Onderweg bedacht ik: dit is een mis-match.
Nu doet die herinnering me denken aan een krantenartikel uit de beginperiode van de pandemie. Mensen misten de gesprekken bij de koffieautomaat, las ik. Ze verlangden ernaar om weer te kunnen praten over tv-programma’s waarin mensen op een eiland gingen daten.
Ik kan er met de beste wil van de wereld niet bij. Waarom zou je daarover wíllen praten? Laat staan dat je het míst?
Een vriendin martelde me ooit eens door me naar een aflevering van Chateau Meiland te laten kijken. Na afloop vroeg ze wat ik ervan vond. “Ik heb echt geen fláuw idee waar ik naar heb zitten kijken,” antwoordde ik. Ze gierde het uit van het lachen. “Nee maar serieus,” zei ik, “wat wás dit?”
Eenzelfde gevoel kreeg ik bij de Fifty Shades of Grey-hype van een paar jaar geleden. Ik werkte toen bij de Universiteit Maastricht en kwam regelmatig op studentenkamers. Daar heb ik het nodige gezien, dat wil je niet weten.
Overal lag dat boek op nachtkastjes, vooral bij de vrouwelijke studenten. Nadat ik een hilarische recensie in The Guardian had gelezen, bladerde ik er zelf eens doorheen. Onleesbaar. Maar echt, niet te doen. Google voor de lol eens op ‘Fifty Shades of Grey quotes’ — als je tenminste zin hebt om je laatste restje respect voor de mensheid te verliezen.
Hoe dan ook, het enige waar ík hartstochtelijk zin in kreeg terwijl ik door dat boek heen bladerde, was om overal in die studentenkamers exemplaren van Bram Stokers Dracula achter te laten.
Ik kijk nog eens naar die filmpjes van de hossende mensenmassa’s en vind weer troost bij Elizabeth Bishop:
You are one of them.
Why should you be one, too?