Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


Lezen begint met verlangen, niet met meten

Onlangs stuitte ik weer eens op een artikel over de leescrisis, ditmaal met de veelzeggende titel: ‘De leescrisis is geen toeval, maar het gevolg van 45 jaar wanbeleid’. In 1984 kon 93% van de Nederlandse jongeren goed lezen – ik was toen één jaar oud. In 2022 ligt dat percentage op slechts 65%. Daarmee zijn we terug op het leesniveau van, schrik niet, 1918!

Dit raakt me diep. De mens is van nature een verhalend wezen. Goed leren lezen betekent dat je je kunt verplaatsen in andere tijden, culturen en perspectieven. Verhalen helpen kinderen niet alleen de wereld om hen heen te begrijpen, maar geven ze ook de veerkracht en empathie die nodig zijn voor persoonlijke ontwikkeling en een gezonde samenleving.

Het artikel legt uit hoe vanaf 1994 psychometrie en statistiek leidend werden in het onderwijs. Cito-toetsen, doorstroomtoetsen, leerlingvolgsystemen – ze meten gemiddelden en afwijkingen, maar zeggen niets over de psychologische ontwikkeling van een kind. Toch worden deze cijfers in de praktijk vaak wél als maatstaf voor ontwikkeling gebruikt.

Deze afstandelijke, mechanistische benadering doet me denken aan de dystopische wereld in Aldous Huxley’s Brave New World — een maatschappij die uitsluitend vertrouwt op cijfers en efficiëntie, waarbij het menselijke aspect — de verbeelding, het verlangen, de nieuwsgierigheid — niet alleen wordt genegeerd, maar zelfs volledig uitgewist.

Huxley waarschuwt ons ervoor te waken dat we het complexe en gelaagde wezen van de mens niet uit het oog verliezen. Dat gevaar is niet abstract – het raakt direct aan hoe we omgaan met diversiteit, met creativiteit, met de mens zelf.

Want we lijken misschien op elkaar, maar ieder mens is een uniek, wandelend universum. Cultuur is geen rangorde, maar een ecosysteem waarin verschillende perspectieven en ervaringen naast elkaar kunnen bestaan. Als maatschappij zouden we er dan ook goed aan doen om kinderen – en volwassenen – niet in hokjes in te delen. Omarm complexiteit en zie het als een kracht, in plaats van als een gevaar.

“Maar Yvette, je kunt wel kritiek leveren en met de literatuur smijten – heb je ook een oplossing?” Een terechte vraag. En ja, die heb ik zeker.

Zoals ik in een eerdere post aangaf, speelt plezier in het lezen een cruciale rol in het leren. Mijn voorstel is dan ook verrassend eenvoudig: geef ieder kind, nog vóórdat het kan lezen, een abonnement op de Donald Duck.

Dit is absoluut geen grap, en ik zal je nu uitleggen waarom.

De mens heeft een intrinsieke motivatie om te leren en doet dat vooral visueel in plaats van tekstueel.

Het is geen toeval dat plekken als Altamira, Pech Merle, Lascaux, Chauvet en andere sites met rotsschilderingen nog altijd zo tot de verbeelding spreken en ons diep ontroeren — zij getuigen van de oeroude kracht van beelden om verhalen te vertellen, ver voordat er sprake was van geschreven taal. We hoeven niet te weten wat de intentie van de makers was, de beelden raken ons, en dat is wat telt.

Hoewel de wereld ingrijpend is veranderd, leren kinderen nog steeds op dezelfde manier: via beelden en verhalen, nog vóór ze het schrift volledig beheersen. Precies daar fungeert de Donald Duck als een eigentijds alternatief voor de grotschilderingen. Het blad biedt eenvoudige, visueel stimulerende teksten die kunnen helpen om een liefde voor lezen te ontwikkelen. Plaatjes werken. Ze prikkelen de fantasie en wekken nieuwsgierigheid op.

Anders dan losse letters of woorden zoals in het klassieke Aap, Noot, Mies-systeem, vormen de strips in de Donald Duck een doorlopend verhaal. Zelfs zonder de tekst volledig te begrijpen, leert een kind al spelenderwijs een verhaal te volgen – in zijn eigen tempo.

Johan Huizinga noemde ons niet voor niets Homo ludens – de spelende mens. En vergeet niet: lees voor. Begin vroeg, doe het met ziel en zaligheid, en lees samen. Speel méé. Het is plezierig.

De Donald Duck is bovendien maatschappelijk betrokken en, voor wie het graag economisch bekijkt, ook nog eens goedkoper dan de peperdure lesmethodes die het leesplezier juist ondermijnen.

En dan: wat te doen met jongeren die wel kunnen lezen, maar het niet meer willen? In de krant van vanochtend lees ik een interview met een eindexamenleerling: “Ik vind begrijpend lezen moeilijk. Je krijgt een lange tekst en daar moet je allemaal vragen over beantwoorden.”

Zelf vond ik tekstanalyse juist erg leuk: geef me een tekst en ik ga ermee spelen. Maar ik begrijp dat dit voor velen overweldigend is, zeker wanneer er zoveel andere zaken in hun hoofd spelen. Zonder al vanaf jonge leeftijd de liefde voor het lezen te hebben opgepakt, blijft het een opgave. Laten we dus onderzoeken hoe we dat plezier kunnen terugbrengen.

Want hoe breng je jongeren opnieuw in contact met die diepe leeservaring?

Mijn eigen liefde voor lezen begon met schrijvers zoals Thea Beckman. Haar vertellingen hebben een blijvende aantrekkingskracht en kunnen veel betekenen voor het bevorderen van leesplezier. Haar boeken zitten boordevol spanning en avontuur — aantrekkelijk voor zowel jongeren áls volwassenen.

Of neem de Aardkinderen-reeks van Jean M. Auel – zes historische romans die zich afspelen in het laat-Pleistoceen. In het eerste deel, De stam van de holenbeer, groeit Ayla, een Cro-Magnon-meisje, op bij Neanderthalers. Omdat ze hun taal niet spreekt, leert ze communiceren via observatie en gebaren. Het is een verhaal over taal, over anders-zijn, over verbintenis tussen culturen. Letterlijk tijdloos.

Zulke fictie maken lezen betekenisvol. Ze bouwen werelden in je hoofd. En wie dáárvan proeft, komt vanzelf uit bij de grote namen uit de literatuur, zoals Huxley.

En dan pak ik nog eens het script van The Seagull erbij:

Trigorin: The only way a book could change the world nowadays is if it’s set on fire and hurled through a window.

Nina: Books saved me.

Trigorin: Come on.

Nina: Without reading my life would be unliveable.

Verhalen redden ons – niet de cijfers, niet de toetsen, maar de taal die ons mens maakt en verbindt. De oplossing ligt in de herwaardering van wat ons als mensen menselijk maakt: nieuwsgierigheid, verbeelding, en het vermogen om ons in verhalen te verliezen.