De afgelopen tijd heb ik veel gelezen en geschreven — al gold dat laatste vooral voor mijn premaster Cultuurwetenschappen, niet voor dit blog. Of eigenlijk: ik héb wel geschreven voor dit blog, maar uit onzekerheid niets gepubliceerd.
Zo ligt er bijvoorbeeld nog een tekst klaar over Koyaanisqatsi (1982), de film die ik vorige week in het Parkstad Theater Heerlen zag, met live uitgevoerde soundtrack door het Philip Glass Ensemble. Tijdens het kijken had ik de film voortdurend willen stilzetten om erover te discussiëren.
“Ik kon de radartjes in je hoofd bijna horen draaien”, zei degene met wie ik was gegaan na afloop. Ik kan het niet helpen, mijn hoofd stopt niet met denken en het maken van associaties.
Deze zondagmiddag bracht ik grotendeels door op de bank met een roman die me een paar weken geleden was aangeraden door iemand aan wie ik begin dit jaar Een wereld binnen handbereik van Maylis de Kerangal had gegeven. Dat is een prachtig verhaal over Paula Karst, een jonge kunststudente die na vele omzwervingen belandt in het team dat de grotschilderingen van Lascaux volledig moet reproduceren: Lascaux IV.
Toen diezelfde persoon laatst op bezoek kwam, vertelde ik dat ik inmiddels Dius had gekocht — het boek dat híj mij had aangeraden, geschreven door Stefan Hertmans. Op dat moment was ik er nog niet aan begonnen.
“Pak Een wereld binnen handbereik er eens bij en kijk op de achterkant”, zei hij.
Op de achterflap las ik: ‘Maylis de Kerangal is inmiddels een van de meest boeiende stemmen in de huidige Franse literatuur’ — Stefan Hertmans.
Ik zal deze lofzang jaren geleden toen ik het boek kocht best gezien hebben, maar was het vergeten. Een wereld binnen handbereik is uit 2018, Dius uit 2024.
“Die twee boeken hebben veel gemeen,” zei hij. “Ik ben benieuwd wat jij daarvan vindt.”
Inmiddels ben ik halverwege Dius, en de overeenkomsten met De Kerangals’ roman zijn onmiskenbaar. Dius is de naam van een jonge kunststudent die vriendschap zoekt met zijn docent Anton:
‘Wat hen bindt is hun verlangen om in een andere tijd te leven – de ruimte van de polders, de sublieme schilderkunst, de schoonheid die verloren gaat’, staat er op de achterkant van dit boek.
Hertmans maakt er geen geheim van waar zijn inspiratie vandaan komt. Op pagina 92 lees ik:
‘Vasari, kribbelde ik [docent Anton] in mijn notitieschrift, kende nog niet de vreemde schilderingen uit de prehistorische grotten van Lascaux, die onze visie op oorsprong en nabootsing grondig door elkaar hebben geschud’.
Wat is dat toch, die blijvende fascinatie voor grotschilderingen? Het antwoord is even duizelingwekkend als eenvoudig: dit waren wíj. In een onherkenbare wereld, misschien, maar onmiskenbaar mensen als onszelf — homo sapiens, of, zoals de gids van Lascaux IV prefereerde: Cro-Magnon.
“Stelt u zich een toendra voor”, zei deze gids, terwijl we vanaf het dak van de replica uitkeken over het hedendaagse landschap. Slechts een halve kilometer verderop lag Lascaux I — de oorspronkelijke grot — verscholen tussen de dichtbegroeide hellingen.
In Pech Merle, een grot met nog oudere schilderingen die (nog) wél toegankelijk is, ervoer ik de tijd als een kloppend hart, of als een in- en uitzoomende lens.
“Kinderen, tieners, liepen en speelden hier,” vertelde de gids. “We hebben hun voetafdrukken gevonden. Kijk, u ziet ze hier staan,” zei ze, terwijl ze wees op prachtig geconserveerde afdrukken.
Ik vroeg me af of zo’n grot ooit als prehistorisch klaslokaal heeft gediend. Misschien romantiseer ik het, maar die gedachte vind ik oneindig inspirerender dan de zielloze systeemklaslokalen van nu.
De megafauna van Lascaux en Pech Merle is verdwenen. Het verhaal achter Lascaux’ mysterieuze, mythische eenhoorn zullen we nooit te weten komen. In plaats daarvan overheerst het verhaal van de economie, alsof het een natuurwet is.
Het Zwaard van Damocles hangt boven de hoofden van niets vermoedende kinderen, opgesloten in productieruimtes, hen voorbereidende op een wereld waarin mystiek en verwondering niets waard zijn.
Toen ik vorig jaar oktober Lascaux IV bezocht, vroeg iemand of er in de omgeving nog onontdekte grotten met prehistorische schilderingen konden liggen.
“Nee”, antwoordde de gids, “de hele omgeving is met laserapparatuur gescand. In de Dordogne liggen geen verborgen grotten meer.”
Er bekroop me een ontluisterend deprimerende gedachte.
Die uitspraak deed me namelijk denken aan iets wat sterrenkundige Govert Schilling enkele jaren terug op Radio 1 zei. De interviewer vroeg of hij het jammer vond dat hij nooit alle geheimen van het heelal zou kennen.
“Nee, juist niet,” antwoordde Schilling. “Wat is het leven waard als er niets meer is om ons over te verwonderen? Vragen die meer vragen oproepen dan ze beantwoorden — dát is toch het mooiste wat er is? Hoe dodelijk saai zou het leven zijn als we alles wisten.”
Misschien moet ik die tekst over Koyaanisqatsi een dezer dagen toch maar eens publiceren. Het centrale inzicht dat ik eruit meenam, laat zich samenvatten als dit: de homo economicus kan niet omgaan met het mysterie van zijn eigen bestaan, en keert zich daarom tegen zijn habitat — en uiteindelijk tegen zichzelf.
Onze moderne samenleving lijkt alles te doen om het onbekende te verbannen — ironisch genoeg uit existentiële angst, en betaalt daarvoor een onbetaalbare prijs.
De grotten van Lascaux, Pech Merle en al die andere prehistorische heiligdommen herinneren ons aan wat we ergens onderweg zijn kwijtgeraakt: het vertrouwen in en respect voor de magie van het onbekende — precies de complexiteit van het mens-zijn die ik, al schrijvend en zoekend, probeer te voelen en te laten spreken: een hart dat klopte vóór ons, met ons, en nog steeds in ons klinkt.
Een hart dat klopt door de tijd heen.
———————
Aanvullende informatie:
Lascaux I is de originele grot, die vanwege schimmelvorming niet langer toegankelijk is.
Lascaux II was de eerste replica en is nog steeds te bezoeken.
Lascaux III reist de wereld rond in de vorm van panelen.
Lascaux IV is de nieuwste en meest geavanceerde reconstructie, compleet met nagebootste temperatuur en geur van de oorspronkelijke grot.
Pech Merle bevat schilderingen van tussen de 29.000 tot 18.000 jaar oud. De grot wordt continu gemonitord, en zolang de CO₂-waarden onder het kritieke niveau blijven, is ze te bezoeken. Naar het zich vorig jaar liet aanzien is er echter onvoldoende financiering om ook van Pech Merle een replica te maken — jammer, want de schilderingen behoren beslist tot de indrukwekkendste van Frankrijk.