Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


De angst voor complexiteit

Afgelopen week kreeg ik een boekje in handen: Against Morality van Rosanna McLaughlin. Een essay dat onderzoekt wat er gebeurt wanneer kunst beoordeeld wordt op morele maatstaven en politieke ideeën.

Vanmiddag lag ik heerlijk verscholen onder een dekentje op de bank, kopje thee erbij, te genieten van het kletteren van de regen tegen de ramen. Tientallen boeken te lezen, maar ik besloot het essay erbij te pakken. Verder dan pagina 22 ben ik niet gekomen — niet omdat het slecht geschreven is, maar omdat McLaughlin de film Tár aanhaalt, en daar moet ik natuurlijk over schrijven.

Ik verruilde de comfortabele bank en mijn dekentje voor de computer.

Het is een perfecte keuze voor het thema van het essay, want Tár werkt als een Rorschachtest: wat je erin ziet, hangt af van je eigen positie. Niet voor niets zei hoofdrolspeler Cate Blanchett na de première, toen een journalist haar vroeg waar de film volgens haar over ging: “Dat weet ik niet.”

Daar geloof ik helemaal niets van. Het is eerder een manier om duidelijk te maken dat het niet haar taak was om de kijker te sturen. Bovendien zou haar eigen interpretatie waarschijnlijk te veel onthullen over haarzelf, iets waar je als publieke figuur niet altijd op zit te wachten.

De recensies namen die ruimte echter wél: Tár zou gaan over macht, misbruik, een #MeToo-verhaal in de klassieke muziekwereld. McLaughlin volgt in haar essay diezelfde lezing, al maakt ze een slordige fout door twee keer te noemen dat Todd Haynes de regisseur is — dat was natuurlijk Todd Field. Overigens: met beide Todds heeft Blanchett geweldige films gemaakt.

Todd Field schreef Tár specifiek met Blanchett in gedachten. Als zij ‘nee’ zou hebben gezegd dan had de film niet bestaan. Wat Blanchett zo geschikt maakt voor deze rol is haar uitzonderlijk vermogen om ambiguïteit te verbeelden: haar spel is allesbehalve eendimensionaal.

In Tár krijgt ze van Field dan ook alle ruimte om die complexiteit volledig tot leven te brengen. De stilte tussen de regels en de noten, de spanning in haar dynamiek die ze ogenschijnlijk met het grootste gemak oproept: het is adembenemend om naar te kijken.

De #MeToo-interpretatie waar ook McLaughlin aan refereert, is legitiem en past bij de tijdgeest, maar doet geen recht aan de complexiteit van zowel de film als het personage Lydia Tár.

En dat stoort me.

Eerder dit jaar zei Blanchett in een podcast dat ze het jammer vindt dat zoveel kijkers de film reduceren tot een eenduidig verhaal en de ambiguïteit negeren.

Daar kan ik me volledig in vinden. Het gemak waarmee we complexiteit afwijzen, zegt evenveel over de tijdgeest. Alles moet snel en simpel; wat tijd en diepgang vraagt, schuiven we terzijde.

McLaughlin spreekt ook over mensen die halverwege de film boos de zaal verlaten. In mijn bioscoop heb ik dat ook meegemaakt. Ik hoorde opmerkingen als: “Wat een bitch/monster/kreng”. Precies zulke reacties maken Tár tot een Rorschachtest: de reacties van deze mensen zeggen vooral veel over henzelf, al beseffen ze dat niet.

En neem nu de volgende situatie: vorige zomer had ik – na enig aandringen – een psychologe zover gekregen dat ze de film zou bekijken. Toen ik haar een poosje later nog eens sprak, zei ze dat ze dat inderdaad geprobeerd had.

“Hoezo geprobéérd?” vroeg ik, de rollen omdraaiende.
“Ik vond het een verschrikkelijk frustrerende film.”
“Waarom?” vroeg ik door.
“Eén: normaal kan ik prima tijdens het strijken een film volgen, maar dat was bij Tár volstrekt onmogelijk.”
“Dat klopt, dat zou ik je ook niet hebben aangeraden. En ten tweede?”
“Ten tweede omdat ik totáál niet begreep waarom Lydia doet wat ze doet!!”

Haar frustratie raakte precies aan wat Tár voor mij zo bijzonder maakt: het is in essentie een spookverhaal, en zoals ik eerder schreef: spookverhalen zijn ten diepste psychologisch.

Nog een red flag: deze psychologe bleek onbekend met Kazimierz Dąbrowski’s theorie van positieve desintegratie, die beschrijft hoe psychologische spanningen persoonlijke groei kunnen stimuleren.

Ook kende ze zijn theorie van overprikkelbaarheden niet, die stelt dat sommige mensen sterker reageren op emotionele, cognitieve of lichamelijke prikkels, wat kan leiden tot intensere innerlijke ervaringen.

Beide theorieën helpen om Lydia Tár beter te begrijpen, evenals haar textbook Freudiaanse uitspraak “the narcissism of small differences leads to the most boring conformity.”

Ik had zo graag eens met Todd Field gesproken…

Ter afsluiting: wijs ik de #MeToo-interpretatie dan helemaal af? Nee. Maar het is té eendimensionaal, een product van onze drang naar simpliciteit. Dat wijs ik wél af.

Een goede vriendin zat na afloop van Tár een beetje te gniffelen in de bioscoopstoel naast me.
“Wat zit jij nu te grinniken?” vroeg ik.
Met een tikje leedvermaak in haar stem antwoordde ze:
“Yvette, ik weet wat we jou moeten geven.”
“Nou?”
Een boksbal.”