Afgelopen dinsdagavond – ik wilde net gaan slapen – besloot mijn mobiele telefoon dat zijn tijd erop zat. Niet geheel onverwacht, gezien het ding al zo’n tien jaar meeging—een prestatie op zich voor moderne technologie.
Ik ben niet bijzonder gehecht aan mijn telefoon, dus het gaf me zelfs een rustgevend gevoel. Het probleem was alleen dat er nog wat bestanden op stonden die ik waarschijnlijk niet op tijd naar mijn computer had verplaatst, en die nu hoogstwaarschijnlijk verloren waren gegaan.
De volgende dag stapte ik dus in de auto om mijn beste vriend, een echte IT-specialist, ernaar te laten kijken. Het was een rit van een half uur, met Radio 4 Klassiek op de FM. Thuis luister ik ook nog steeds analoog, mét de charmante ruis die het met zich meebrengt.
De muziek op de zender zorgt voor genoeg rust om me niet teveel te ergeren aan bestuurders die hardnekkig op de middelste rijbaan blijven rijden, ook al bevindt de eerstvolgende vrachtwagen zich kilometers verderop op de rechterbaan…
“Vandaag is het buiten een tikje grijs. Regen tikt tegen de ramen. Perfect weer om weg te kruipen met een goed boek”, zegt presentatrice Carine Lacor tussen de muziekstukken door.
Achter het stuur gezeten knik ik instemmend.
“Dat deed componist Felix Mendelssohn ook graag. Hij dook graag in de werken van Sir Walter Scott, een Schotse schrijver die de ruige natuur en oude tradities van Schotland tot leven bracht in zijn boeken. Voor Mendelssohn ook een bron van muzikale inspiratie, en toen ‘ie dan zelf naar Schotland reisde schreef hij aan zijn familie: ‘Het lijkt alsof de tijd heel snel voorbij gaat nu ik hier zoveel van het verleden naast het heden zie.’
En ook schreef ‘ie: ‘Alles ziet er hier zo somber en massief uit. Alles is gehuld in geur, of rook, of mist.’ En twee dagen later noteerde Mendelsohn: ‘Ik geloof dat ik vandaag het begin van mijn Schotse symfonie ben tegengekomen.’”
Lacor eindigt haar betoog met: “Zo zie je maar: grijs weer, mistige landschappen en een goed boek kunnen tot iets groots leiden. We luisteren naar het openingsdeel uit Mendelsohns Schotse.”
Het zal de vaste lezer van dit blog vast niet verbazen dat ik erg graag naar Mendelssohn mag luisteren. Als je Die Hebriden beluistert, bevínd je je in de duisternis van de beroemde basaltgrot van de Britse Eilanden, Fingal’s Cave, met de strijkers als de woeste golven die het eiland omsingelen.
Het is voor mij altijd een bijzondere ervaring: hoe muziek—en beslist niet alleen muziek—levendige beelden en gevoelens oproept.
In het kader van mijn premaster Cultuurwetenschappen lees ik romans die fungeren als vensters op historische gebeurtenissen. Voor de close reading-opdracht koos ik Extreem luid & ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer, een roman over 9/11. Het boek arriveerde afgelopen dinsdagmiddag, de dag waarop mijn telefoon later de geest gaf.
Al na de eerste paar pagina’s werd het me duidelijk dat het een unieke vertelstijl betreft, die de lezer uitdaagt om tussen de regels door te lezen en de emotionele diepgang van het verhaal te voelen.
Staccato-zinnen, fragmenten en losse gedachten voeren de lezer door de innerlijke wereld van de jonge hoofdpersoon Oskar Schell, die probeert het verlies van zijn vader na de aanslagen van 9/11 te verwerken. De schrijfstijl geeft me het claustrofobische gevoel van iemand die gevangen zit in zijn eigen gedachtewereld en daar nooit meer uit zal ontsnappen.
Ik ben op pagina 24…
Terwijl ik dit schrijf, op vrijdagmiddag met Radio 4 op de achtergrond, kondigt Jet Berkhout het vierde deel van Mendelssohns Italiaanse symfonie aan. Kort daarna volgt het Scherzo van Dvořáks Negende: De Nieuwe Wereld.
Jeannette Thurber, de oprichtster van het National Conservatory of Music of America in New York, had Dvořák uitgenodigd. Hij vertrok op 17 september 1892 naar de Nieuwe Wereld, 400 jaar nadat Columbus voet aan wal had gezet.
In 1969 bracht Neil Armstrong De Negende mee naar de maan.
Na 9/11 en met het oog op 2025 kunnen we gerust stellen dat we in een Nieuwe Wereld leven. Alleen niet de wereld van Dvořák, en ook niet de mijne.
Ik zet Mendelssohns Schotse nog maar eens op. Ik voel de regen, de mist, de wind. En ik zet een kop thee, nestel me op de bank met een dekentje en mijn boek, en doe alsof de zon níet schijnt—alsof de buitenwereld niet bestaat.
Wat een overwéldigende rust…