Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


Elke ontmoeting is een verhaal

Wat vorige maand begon als een klein experiment om mezelf aan het schrijven te zetten, begint inmiddels verdacht veel te lijken op een openbaar dagboek. Ik heb nooit een dagboek bijgehouden, maar ik verzamel al jaren citaten – ik schrijf ze op of knip ze uit kranten. Je ontdekt dan al snel: over bijna alles valt wel iets te schrijven.

De verhaaltjes dienen zich evengoed vanzelf aan.

In de bioscoop waar ik werk, komen mensen lang niet altijd alleen voor de film. Zo sprak ik vorig jaar bezoekers die speciaal uit Rotterdam naar Maastricht waren gekomen om ons monumentale pand te bewonderen.

Gisteren ontmoette ik twee dames, van wie één een geboren en getogen Maastrichtse bleek te zijn. Ze gaf haar vriendin een rondleiding door de stad. We raakten aan de praat.

“Jij spreekt zeker geen dialect?” vroeg ze.

“Nee,” antwoordde ik, “ik woon hier al bijna twintig jaar, maar het dialect gaat ‘m niet worden.”

“Dan zullen we dit gesprek netjes in het Nederlands voeren,” zei ze glimlachend.

Ze vertelde dat ze vanwege langdurige klachten na een coronabesmetting was afgekeurd en sindsdien bezig was met het schrijven van een boek – een indrukwekkend magnum opus van ruim 600 pagina’s, verdeeld over meer dan 100 hoofdstukken, allemaal over Maastricht. Ze had al een uitgever en was nu druk bezig met de laatste hand te leggen aan het slothoofdstuk.

Mijn oog viel op de grote tatoeage op haar rechterarm: een ouderwetse typemachine.

“Die heb ik laten zetten nadat ik begon met schrijven,” zei ze. “Weet jij wat dit is?”

“Zeker,” antwoordde ik. “Ik heb er blind op leren typen en hele werkstukken geschreven met zo’n ding – ik heb er zelfs nog een staan. Vorig jaar nog een nieuw lint voor besteld. Heerlijk, zo’n typemachine. Rikketikketikketikke – PING!”

Haar vriendin keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan. “Mag ik vragen hoe oud jij bent?”

“Jazeker, ik ben 41.”

Ik wist al wat er ging komen. En jawel, daar was het: de stomverbaasde blik, gevolgd door een uitbundige lachbui.

“WAUW! Jij hebt echt goede genen, ik had je zeker tien jaar jonger geschat!”

Dat soort reacties krijg ik vaker. Tot niet zo lang geleden moest ik in de winkel nog mijn ID laten zien als ik een fles wijn wilde kopen. Irritant? Soms. Maar het leverde ook grappige momenten op. Zoals die ene caissière die in een deuk lag van het lachen:

“Ohhhh sorry, sorry, zie het alsjeblieft als een compliment!”

Het duurde even voordat ze weer normaal kon scannen.

Na een gezellig gesprek vertrokken de dames weer de – veel te warme – stad in.

“Komt u nog eens langs op vrijdagmiddag, als het boek verschenen is!” zei ik enthousiast.

Even later merkte mijn collega op: “Iedereen is tegenwoordig aan het schrijven. Of begint een blog. Of een podcast.”

“Ja, ik ook – een blog,” zei ik.

Hij keek me beduusd aan.