Ik vroeg me al een poosje af wanneer het moment zou komen — en dit weekend was het zover: iemand klaagt over schaakracisme. In de rubriek ‘De lezer schrijft… De krant antwoordt…’ meldde NRC dat een lezer aanstoot had genomen aan de schaakpuzzels op de website. Haar bezwaar: in al die puzzels moet wit in een paar zetten de zwarte koning mat zetten. Ze vond dat NRC meer rekening moest houden met de gevoeligheden rondom de kleuren wit en zwart in het huidige racismedebat.
In dit soort puzzels is de kleur van de stukken volstrekt irrelevant. Dat maakt de klacht niet alleen absurd, maar ook verontrustend. Want ze deed me denken aan Schaaknovelle, de novelle die Stefan Zweig aan het einde van zijn leven in ballingschap in Brazilië schreef. Zweig, zelf geen groot schaker, focust zich daarin vooral op de psychologische dimensie van het spel der koningen.
In dit korte verhaal is het schaakspel zowel de redding als de ondergang van de mysterieuze Dr. B. Gevangengenomen en geestelijk gemarteld door de Gestapo, weet hij zichzelf te redden met een gestolen boek vol schaakpartijen. Op zijn geblokte beddenlaken, met broodkruimels als stukken, speelt hij alle partijen na. Maar dan begaat Dr. B een fatale fout: hij begint tegen zichzelf te spelen. Hij splitst zich op in een Ik-Wit en een Ik-Zwart — en verliest steeds meer het contact met de werkelijkheid: hij speelt een partij die zich niet langer op het bord afspeelt, maar in zijn psyche.
Na zijn vrijlating lijkt hij te herstellen, tot hij op een schip naar Zuid-Amerika wereldkampioen Mirko Czentowitz ontmoet en het schaakspel zich weer genadeloos meester van hem maakt. Czentowitz, koel en berekenend, maakt dankbaar gebruik van de zwakte van zijn tegenstander. Dr. B weet op den duur niet meer welke partij hij aan het spelen is: die op het bord, of die in zijn hoofd.
De innerlijke strijd tussen Ik-Wit en Ik-Zwart is, in mijn ogen, een indringende metafoor voor het gespleten Europa dat Zweig moest ontvluchten — nog vóór de Tweede Wereldoorlog uitbrak. In slechts 88 pagina’s weet hij die verscheurdheid meesterlijk te vatten.
Zweig was een verbinder. Niet de politiek, maar de cultuur — en vooral de geest — zag hij als de ware krachtbron. In zijn project Bibliotheca Mundi wilde hij de grote literaire werken van de mensheid samenbrengen in hun oorspronkelijke talen. Niet om de verschillen te benadrukken, maar juist het gemeenschappelijke zichtbaar te maken.
Ik ben het roerend met Zweig eens: talen zijn geen tegenstellingen, grenzen zijn maar lijnen, en douanes volstrekte idioterie. Zweig geloofde in het Europa van de geest; in cultuur, kunst en muziek als universele taal. Een geloof dat vandaag de dag opnieuw bitter noodzakelijk is.
Het is natuurlijk prima dat de NRC-lezer zich op de schaakpuzzels stort. Maar ik zou haar vooral aan willen raden om Schaaknovelle te lezen. Niet als oplossing voor haar klacht, maar als spiegel voor een samenleving die steeds vaker in zwart-wit denkt.
‘Tegen zichzelf willen spelen is bij schaak net zo paradoxaal als over je eigen schaduw willen springen.’ – Schaaknovelle