Sommige verzoeken zie je écht niet aankomen. Gisteren ontving ik een e-mail met de vraag of ik binnenkort zin zou hebben om een groep van 35 tot 45 basisschoolkinderen te begeleiden bij de bioscoop waar ik werk. Op zich al een opmerkelijke vraag, maar extra opvallend omdat ik nu niet bepaald bekend sta als een groot kindervriend.
Met een knipoog schreef ik terug:
“Heb jij misschien een hekel aan mij? Ik ben jaren geleden tactisch naar de vrijdag verplaatst — omdat jullie op ‘mijn’ woensdagmiddag ineens kinderfeestjes begonnen te organiseren. Niet zozeer omdat ik die kinderen zou wegjagen — al sluit ik dat niet helemaal uit — maar vooral uit vrees dat het andersom zou gebeuren.”
Het antwoord liet niet lang op zich wachten: “Haha. Ik zal je niet meer vragen, Yvette.” Waarop ik terugspeelde: “Geen probleem hoor. Maar kinderen en ik zijn nu eenmaal geen beste match!”
Ik houd namelijk van overzicht. En als er íets is dat kinderen zelden bieden…
Al moet ik toegeven: ook volwassenen maken het elkaar niet makkelijk.
Begin dit jaar stond ik vooraan bij de ingang van de Oude Luxor te wachten voor een evenement van het IFFR. De begeleider van Cate Blanchett kwam weer naar me toegesneld – ik had hem eerder die dag al gesproken. Tot mijn stomme verbazing vroeg hij me of ik de mensen die na mij zouden komen, wilde instrueren om op de stoep te blijven en niet op de straat te gaan staan wachten. Het leek mij een onmogelijke dubbelrol: in mijn eentje 899 mensen aanwijzingen geven én mijn plekje vooraan behouden.
Terwijl ik mijn wenkbrauwen in geamuseerde verbazing optrok, zag ik dat hij mijn twijfel over dit plan begreep. Ik moet hem namelijk aangekeken hebben met een blik van: ‘En hóe stel jij je dat precies voor?’
Een paar uur later – toen het achter mij inmiddels flink druk geworden was – nam hij die taak toch maar zelf op zich. Het was duidelijk dat dit niet zijn favoriete onderdeel van de dag was. Ik had met hem te doen. Het zag er allemaal wat onbeholpen uit. Alsof hij bij zichzelf dacht: ‘Dit klónk nog wel zo leuk toen ze me vroegen…’
Het tafereel vond ik op geheel eigen wijze niet ongewoon. In mijn werk bij de bioscoop draait alles ook altijd net even anders dan verwacht. Je maakt er de gekste dingen mee.
Zo herinner ik mij twee vaste bezoeksters die steevast dezelfde blik op hun gezicht hadden zodra ze mij zagen – zo eentje die zegt: “Oh help, daar heb je háár weer.” En eerlijk is eerlijk: ik dacht hetzelfde. Hoe vriendelijk ik ook probeerde te zijn, we zaten verder qua communicatie totaal niet op dezelfde golflengte.
Op een middag stuurde ik ze keurig naar zaal 2, voor de film Mary, Queen of Scots (2018). En toen gebeurde er iets dat ik echt niet had verwacht. Twintig minuten na aanvang hoorde ik ineens geroezemoes beneden bij de zalen. Ik ging kijken en zag de dames in rap tempo uit zaal 1 naar zaal 2 rennen.
“Zat u serieus in zaal 1?” vroeg ik, enigszins verbijsterd. “Ik had u toch naar zaal 2 verwezen?”
Twee ijzige blikken waren mijn antwoord. Nu had ik het écht bij ze verknald.
Want nu wordt het verhaal pas écht opmerkelijk – in zaal 1 draaide namelijk Roma (2018), een (prachtige!) zwart-witfilm over een arme huishoudster in Mexico City.
Je zou toch denken… Je komt, in het geval van deze dames, voor een kleurrijk historisch kostuumdrama met Saoirse Ronan als Mary Stuart en Margot Robbie als Elizabeth I. Niet voor Mexicaans neorealisme, met lange takes en geen woord Engels.
Ze zaten twintig minuten in de verkeerde zaal – hóe was dát in hémelsnaam mogelijk?!
In de wereld van de film komt de verrassing zelden alleen van het scherm…