Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


De kunst van het niets(doen)

Theatre lives or dies based on your connection to the audience and listening to how they’re responding […] That listening is so intense. ” – Cate Blanchett

Het zomernummer van De Groene Amsterdammer draait dit jaar om het thema ‘nietsdoen’. Een uitnodigend idee: lekker onderuit op de bank met een stapel essays over ‘niksen’, ‘lummelen’ en ‘lanterfanten’.

Toch is lezen geen ‘nietsdoen’. Sterker nog: na één alinea schieten mijn gedachten al alle kanten op. Geen stilte in mijn hoofd, eerder een storm van associaties. Ik word daar vaak zo onrustig van dat ik inmiddels maar probeer om van die mentale chaos iets te maken.

Iets op papier zetten helpt. Soms.

Zo moet ik bij het thema ‘nietsdoen’ direct denken aan de 4’33” van componist John Cage. Vier minuten en drieëndertig seconden stilte waarin een pianist geen enkele noot speelt, handen gevouwen in de schoot. En toch gebeurt er van alles: het geschuifel van het publiek, een kuch, het zachte geritsel van een jas.

Hoorbaar ongemak.

Ik herinner me een documentaire op Stingray Classica over Cage en zijn inspiratie voor dit werk. In de jaren vijftig bezocht hij een anechoïsche kamer, een ruimte zonder echo’s, zonder geluid. Hij verwachtte absolute stilte.

Maar wat hij hoorde, was zichzelf: een lage toon van zijn bloedsomloop, een hoge toon van zijn zenuwstelsel. Stilte, zo besefte hij, bestaat niet – je neemt altijd nog jezelf waar. En dát werd de basis van 4’33”: geen muziek, maar wat er overblijft als deze zwijgt.

Zelf kwam ik het dichtst bij zo’n ervaring toen ik, op zoek naar verkoeling en stilte, een van de mergelgrotten nabij Maastricht binnentrad. Al na een paar passen en een bocht verstomde de wereld, stierven geluiden en licht langzaam weg. Tegelijkertijd werd alles om mij heen tastbaar; mijn zintuigen scherpten zich aan. Mijn lichaam werd een soort sonar, die alles om me heen nauwkeurig oppikte.

Een doffe, trage dreun diep in mijn borstkas, het ritmische kloppen van mijn hart dat door de stilte heen pulseerde. En daar klonk het ijle, scherpe gefluit waar Cage over sprak, dat door mijn hoofd leek te dansen. Het was een vreemde, tegelijkertijd beangstigende én louterende ervaring.

Tijdens The Seagull liet Cate Blanchett, met haar rug naar het publiek toe gezeten vooraan op het podium van het gigantische Barbican Theatre, een extreem lange stilte vallen tijdens een cruciaal emotioneel moment voor haar karakter Arkadina. Een moment van pure stilte dat indringender was dan welke monoloog ook.

Terwijl je kijkt naar een droevig, uitgerangeerd hoopje mens daar op het toneel, voel je intuïtief hoe Blanchett zélf luisterde naar het publiek — en haar spel daar op afstemde.

De zaal hield collectief de adem in.

De grootste kracht zit hem vaak in het niets doen. Niet uit willen leggen, witruimtes niet in willen vullen, stiltes laten vallen in muziek of op het toneel.

In De Groene lees ik ondertussen over schrijvers die precies dat het liefste doen: een beetje rondhangen, uit het raam staren, ‘nietsdoen’. En toch ontstaat er vroeg of laat iets nieuws. Een gedachte, een ruis die om vorm vraagt.

Zo is stilte – in literatuur, theater of muziek – nooit leeg. Het is een receptieve ruimte: een uitnodiging om te wachten, te ademen, waar te nemen en te luisteren naar wat er onder de oppervlakte leeft.

Misschien schuilt daarin wel de grootste kracht van ‘nietsdoen’: het onverwachte dat zich aandient in het vacuüm.

You have to have this sort of sonic sweep, like a submarine, in terms of the quality of your listening and your presence.” – Cate Blanchett