Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


De ziel in de mist van de Zahmer Kaiser

Inmiddels weer thuis, merk ik dat ik nog steeds aan het nagenieten én reflecteren ben op twee intense weken in Oostenrijk.

Na dagen van verstikkende hitte kwam eindelijk de langverwachte verkoeling: een imposante onweers- en regenbui. Onweer in de bergen is van een compleet andere orde. Geen enkel geluidssysteem kan tippen aan dat diepe, dreunende, allesomvattende gebrul. Misschien omdat je in een bioscoop weet dat het nep is — hier besef je tot in het diepst van je wezen: dit is echt. De bergen zijn prachtig, maar ook meedogenloos. Je bent er altijd te gast.

Toen het onweer — veel eerder dan ik had gehoopt — weer verdween, bleef de regen zachtjes neerdalen. Vanuit de bossen kringelde nevel omhoog, als bleke slierten rook. Het zag eruit alsof de zielen van hen die de Zahmer Kaiser ooit heeft opgeëist, zich voorzichtig lieten zien.

En die gedachte kwam niet zomaar.

De dag vóór het onweer had ik meerdere keren een reddingshelikopter zien overvliegen, richting de Pyramidenspitze. Enige tijd later zag ik hem terugkeren, dit keer met een touw bungelend onder de helikopter. Aan dat touw hing een reddingswerker, samen met wat vanuit de verte leek op een reddingsmand. Het was een beklemmend, bijna intiem beeld. Zo’n moment waarvan je instinctief weet: hier zou ik eigenlijk geen getuige van moeten zijn.

De volgende ochtend — de dag van het onweer — las ik wat ik eigenlijk al voelde aankomen. Een 76-jarige vrouw was tijdens de afdaling van de Pyramidenspitze verongelukt.

Volgens de politie was zij samen met twee vriendinnen naar de 1997 meter hoge top van de Pyramidenspitze geklommen, niet ver van Kufstein. Het trio — ervaren wandelaars — bereikte rond 8:15 uur de top en begon daarna aan de afdaling. Het ongeluk gebeurde aan de oostflank, een steile, rotsachtige helling met gevaar voor vallend gesteente.

Rond 10:05 uur zette de vrouw op een stuk gras en losse stenen één voet nét naast het pad. Een misstap — klein, maar fataal. Ze verloor haar evenwicht, gleed weg en tuimelde meerdere keren omlaag over het steile terrein, met een hellingshoek van meer dan 50 graden. Uiteindelijk viel ze over een bijna verticale rotswand, zo’n 17 meter diep, en kwam tot stilstand in een met stenen gevulde geul, op ongeveer 1757 meter hoogte.

Haar vriendinnen bereikten haar snel en boden eerste hulp. Ook andere bergwandelaars schoten te hulp. De reddingshelikopter arriveerde kort daarna, rond 10:20 uur, maar kon alleen nog haar overlijden vaststellen.

Te midden van deze tragedie troost ik me met de gedachte dat deze vrouw de top nog heeft bereikt. Dat ze nog één keer het uitzicht heeft gezien waar ze ongetwijfeld van hield. Sterven tijdens de afdaling is toch iets anders dan sterven zónder de top te halen, hoe rauw of bruut dat ook mag klinken.

Hopelijk heeft ze van haar val zelf weinig meer meegekregen — als het dan moet gebeuren, laat het dan snel gaan.

De grootste tragedie ligt misschien wel bij haar vriendinnen. Het trauma van iemand — een geliefde, een vriendin — vlak voor je ogen te zien verdwijnen in de afgrond… Ik kan me nauwelijks voorstellen hoe je zoiets ooit verwerkt. Want dat besef dringt zich onvermijdelijk op: dat had ook jij kunnen zijn.

Durf je dan ooit nog de bergen in?

Ik houd van de bergen. Al mijn hele leven wandel ik er met plezier. Mijn hoogste top ooit was de Sparrhorn in Zwitserland, 3021 meter hoog.

Inmiddels heb ik een zekere hoogtevrees ontwikkeld. Zelfs simpele trappen met open treden bezorgen me klamme handen en een bonzend hart. Des te meer respect heb ik voor deze vrouw.

Misschien was het wel haar ziel, die ik daar zag oplossen in de mist, langs de bosrand van de Zahmer Kaiser.