Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


Waar verhalen beginnen – deel III: Begrip

Het laatste dodenprentje in het familiealbum is opnieuw van een Josef Dagn. Het dateert uit 1981. Ik leg het album opzij en pak het volgende boekje dat in het plastic zakje zit. Een exemplaar met dieprode kaft en een decoratief etiket met een afbeelding van fruit en bladeren. Het handschrift op het etiket is nauwelijks nog leesbaar, maar net duidelijk genoeg: “Stegeralm, Gästebuch. 2009.”

Zulke boekjes kom je in Tirol vaker tegen. Een paar dagen geleden vond ik er nog een, verstopt achter het deurtje van een kruis bovenop een alm. Ze nodigen uit tot bladeren en reflectie: sommige teksten zijn pas geschreven, andere stammen uit een ver verleden. Wandelaars noteren er van alles in — hun route, het weer, hun gemoedstoestand. Soms niets meer dan een naam en een datum.

Tussen de laatste bladzijden van dit boekje vind ik een dodenprentje. Het is zeer recent, met een foto van een vriendelijk lachende man. Hij blijkt een jaar jonger geweest te zijn dan ikzelf, overleden op 24 april 2025. In mei duiken enkele korte rouwberichtjes op tussen de notities. Ik slik mijn ongemak weg en blader door naar de laatst beschreven pagina van het boekje.

Daar lees ik een bericht dat geschreven is op 21 juni 2025 — dezelfde dag waarop wij het kapelletje ontdekten: Dagn, Marianne. Diese Stille heroben, und der feine Wind, gibt nichts Schöneres!

Het kán haast niet anders of dit was de vrouw die ons diezelfde ochtend het pad naar het kapelletje wees, met haar weemoedige glimlach en zachte woorden. Langzaam daalt het besef in dat het meer een opdracht moet zijn geweest dan een vrijblijvende opmerking over een mooi uitzicht.

Er begint mij meer te dagen. Ik stap van mijn zijdezachte heideheuveltje af en loop terug naar het kapelletje om een blik te werpen op het daar zo prominent aanwezige overlijdensportretje. Dan stokt de adem in mijn keel. Op het prentje lees ik nu:

In liebevoller Erinnerung an Frau Anna Dagn, geb. Schreder
13.02.1934 †03.02.2025

Het is de moeder van de vrouw…

Ik keer terug naar mijn heuveltje en blader opnieuw door het gastenboek.

Vanaf begin 2020 duikt de naam Marianne Dagn geregeld op. Daarvóór blijft het gastenboek stil over haar aanwezigheid. Ze vertelde ons dat ze pas na haar pensioen de rust vond om te wandelen — waarschijnlijk is ze er rond die tijd, aan het begin van de pandemie, mee begonnen.

Bij sommige van haar notities duikt een tweede naam op, van iemand die op dezelfde dag als Marianne bij het kapelletje is geweest — zoals op 25 december 2023, wanneer ik onder haar naam die van Ellen Dagn aantref. Dat moet haar zus zijn, over wie ze vertelde dat die soms met haar meeliep, nu haar man dat niet meer kon.

Enkele dagen vóór het overlijden van haar moeder, op 8 februari 2025, schrijft ze in het gastenboek:
Hinter den Trauern verbirgt sich das Lächeln der Erinnerung.
Marianne.

“Achter de rouw verbergt zich de glimlach van de herinnering.”

Soms zijn het niet de grote verhalen die je bijblijven, maar zijn het juist de fluisteringen; handschriften in een vergeeld boekje, een naam op een kaart.

Een ontmoeting met een onbekende vrouw bracht ons niet naar een rondwandeling, maar naar een kapel met uitzicht — op de ander, en uiteindelijk op onszelf.

 

Epiloog