Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


Bevroren tijd

Dus, de paus is overleden. Op Tweede Paasdag nota bene. Hoe krijg je het voor elkaar? Niet op een willekeurige dag in juli, of met Kerstmis zelfs, maar precies tijdens Pasen. Oké, Paaszondag was qua symboliek nog net iets sterker geweest, maar toen had hij blijkbaar nog iets af te ronden. En eerlijk is eerlijk: Goede Vrijdag was het ultieme moment geweest — maar goed, je kunt niet alles hebben. Hoe dan ook, het blijft opmerkelijk om juist dán het tijdelijke voor het eeuwige te verruilen. En dat zeg ik als iemand die verder weinig met de paus heeft.

Vorig jaar met Pasen zag ik in de bioscoop waar ik werk een registratie van de Matthäus-Passion, vooral omdat ik me al járen afvraag waarom die Matthäus toch telkens weer op nummer één staat in de Top 400 van NPO Klassiek. Begrijp me niet verkeerd: het is prachtig, zeker die bekende aria… maar toch. Laat ik het zo zeggen: je moet het een keer ervaren hebben, al was het alleen al om de nieuwsgierigheid te bevredigen. De Matthäus klinkt alsof ‘ie bewaard is in hars, maar het is een hele zit— en het is zware kost.

Dit jaar was er tijdens mijn dienst op Goede Vrijdag opnieuw een registratie van de Matthäus te zien, en ook ditmaal was het goed bezocht. Na afloop bleek een voormalig afdelingshoofd van mijn kunstacademie in het publiek te hebben gezeten. Bij het verlaten van de zaal had hij zo’n opmerkelijk mysterieuze uitdrukking op zijn gezicht dat ik hem vroeg of hij er wel van genoten had. Zijn gegrinnik sprak boekdelen. “Dit lijkt verdácht veel op schadenfreude,” grapte ik. En we moesten er allebei hard om lachen.

Iemand vertelde me laatst dat de interesse in religie weer lijkt toe te nemen. Onzekere tijden lijken mensen ontvankelijker te maken voor verhalen die houvast of troost bieden. Zelf beschouw ik religieuze teksten niet zozeer als troostrijk of hoopgevend, maar het idee van je vastklampen aan verhalen die je raken — dát herken ik dan weer wel.

Kijk bijvoorbeeld naar de prehistorische grotschilderingen, zoals die in Pech Merle, Lascaux en Chauvet. Daar zien we hoe mensen al tienduizenden jaren geleden verhalen vertelden, op manieren die ons vandaag de dag nog steeds raken zonder dat we ook maar enig idee hebben wat de intenties van de makers waren.

Jean-Marie Chauvet schreef ooit over de ontdekking van Grotte Chauvet — ook wel ‘de grot van de vergeten dromen’ genoemd:

“Het was alsof de tijd was afgeschaft, alsof het tijdsverschil van tienduizenden jaren niet langer bestond en we niet alleen waren, maar ook de schilders er rondliepen.”

In de grot lagen nog paletten van ruim 30.000 jaar oud, gebruikt om die mysterieuze schilderingen te maken. Ze waren simpelweg achtergelaten op de grond, tussen de afbeeldingen. Zelfs de flambouwen waarmee de grot was verlicht — compleet met zwarte as — lagen er nog.

Een momentopname bevroren in de tijd. Verhalen blijven op de een of andere manier toch wel bewaard, alsof ze ergens tussen leven en herinnering in zweven.

In Benedenwereld schrijft Robert Macfarlane dat dergelijke grotten mogelijk dienden als plekken voor overgangsrituelen — waarbij mensen, via het ‘membraan van steen’, een reis maakten naar een kosmische boven- of benedenwereld. Het afdalen in de aarde is een constante in mythes en literatuur — alsof de diepte van de aarde de diepte van de tijd overstijgt.

We zullen nooit helemaal begrijpen waarom mensen de dieptes opzochten – misschien was het wel de eeuwige drang van de mens om te zoeken, om te ontdekken. Hoe dan ook, de schilderingen en handafdrukken overstijgen de tijd. Je kijkt ernaar en vraagt je af: misschien wás ik het wel…

In plaats van fysiek onsterfelijk te zijn, bereiken we onsterfelijkheid door kunst, taal en rituelen — onze verhalen steken de tijd over. Hallo, beste veerman Charon!

Wir setzen uns mit Tränen nieder.