Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


‘Gewoon brieven – als een kunstvorm of zoiets’

Het lezen van andermans brieven – van mensen die je nooit hebt gekend, vaak al lang geleden overleden – is misschien wel de puurste vorm van voyeurisme, waar ik mij maar al te graag aan overgeef. Correspondentie van beroemdheden tot onbekenden, uit alle hoeken van de samenleving, heb ik door de jaren heen verzameld:

The Letters of Rosa Luxemburg, Martha Gellhorn, Jane Austen, Vincent van Gogh, Franz Kafka – brieven aan vrienden, familie, redacteurs. The Selected Letters of Thomas Mann, The Letters of Vita Sackville-West to Virginia Woolf, The Letters of Violet Trefusis to Vita Sackville-West, The Complete Correspondence between Elizabeth Bishop and Robert Lowell, Selected Letters of Elizabeth Bishop, Elizabeth Bishop and the New Yorker, Dutch American Voices – Letters from the United States, 1850-1930, Letters of Note, drie bijzondere uitgaven van The Letters Page. Boeken over brieven…

Ze zijn een goudmijn: stemmen waar je telkens opnieuw op kunt terugvallen, die je in één oogopslag transporteren naar levens die je zelf nooit hebt geleefd. Jane Austens brieven zijn verrassend taai en soms bijna ondraaglijk saai – een fascinerend contrast met haar humoristische en sprankelende proza. Elizabeth Bishop daarentegen is zonder twijfel de koningin van de brief. Haar ansichtkaarten, waar ik ooit een digitale collectie van verzamelde na ze opgevraagd te hebben bij Harvard, verdienen een apart verhaal.

Voor Bishop was het schrijven van brieven een kunstvorm. Toen ze een seminar over ‘Brieven!’ aan Harvard plande, liet ze aan vrienden weten – uiteraard per brief – dat het zou gaan over “just letters – as an art form or something.” Haar brieven volgen de cadans van een gesprek, elk woord een levend, ademend moment, alsof je haar stem in je oor hoort.

In juni 1976 bezocht Bishop Rotterdam voor Poetry International – ik heb er audio-opnames van. Ze was een groot dichter, maar voordragen was niet haar sterkste kant. Terug in Boston schreef ze aan een oude vriendin:

“We came back on the 6th to see the ‘Tall Ships’… Boston Harbor is really too small for those ships (after Rotterdam it looks like a Duck pond).” En even later: “I seem to have been the only poet who wanted to see the famous harbor.”

Haar beschrijvingen van Nederland zijn scherpzinnig en levendig: “… and those wonderful Dutch barges that go very fast – hung with flags – and then at the stern always lace curtains and geraniums in the cabin windows.”

De brief is een schitterend verslag van haar ervaringen hier, maar één observatie blijft voor mij de mooiste: “We had dinner in Amsterdam at the highest point in the Netherlands, the top-23rd story of a new Japanese hotel.”

En dan volgt de onvermijdelijke vergelijking: “Amsterdam looks down on Rotterdam as very provincial and after 6 days there I saw what they meant…”

Deze voormalige Randstedeling zou haar willen vertellen dat het sentiment ook andersom werkt. Zelf heb ik altijd zo mijn bedenkingen gehad bij Amsterdam…

Wat anders dan de briefvorm kan zo direct, zo intens, zo glashelder en onweerstaanbaar een wereld en iemands plek daarin tot leven brengen? Brieven zijn tijdcapsules, onbetwistbaar bewijs, ze veranderen levens en herschrijven de geschiedenis. Het zijn de onmiskenbare getuigen van zowel het belangrijke als het alledaagse: het bericht dat we zouden komen dineren, het verslag van een prachtige dag, de diepste vreugdes en de bitterste smarten van de liefde, om het cliché er maar even vol in te gooien.

Het lezen van brieven mag dan misschien het ultieme voyeurisme zijn, maar een wereld zonder brieven zou niet alleen een wereld zonder zuurstof zijn – het zou een wereld zijn zonder verbinding, zonder de schakel die de tijd overbrugt. Het zijn de stemmen uit het verleden die doorklinken in het heden, van mensen die we nooit hebben gekend, maar die ons in het heden op hun eigen manier vormgeven.