Op vrijdag 18 november 2022 verscheen in NRC een uitgebreid artikel over Marcel Proust, ter gelegenheid van zijn honderdste sterfdag. “Hij is de schrijver van fluïde identiteit en gevoelens in vermomming. Niets is eenduidig,” zo stelt de auteur. Proust-specialist Michel Erman voegt daaraan toe dat de ‘psychische biseksualiteit’ van de proustiaanse vrouw nooit ver weg is.
Op de volgende pagina stond een heel ander artikel, ditmaal over ‘BoekTok’—de online gemeenschap waar lezers en influencers elkaar vinden, en in dit geval ook fysiek in de bibliotheek van Tilburg. Een verslaggever sprak er met een jonge vrouw bij een kraampje met regenboogvlaggetjes, die opmerkte: “In klassieke genres is de LHBTIQ-gemeenschap niet goed vertegenwoordigd. De boeken die er wel zijn, zijn meestal vrij zwaar en gaan over een heftige coming-out. Young Adult-boeken doen dat veel beter.”
De redacteuren van NRC moeten ongetwijfeld plezier hebben gehad bij het samenstellen van deze twee elkaar opvolgende stukken in het boekenkatern van die dag. Zelf wist ik niet goed of ik moest lachen of huilen. Je voelt de grote auteurs zich in hun graf omdraaien.
Literair criticus Harold Bloom schreef in De kunst van het lezen over Thomas Mann: ‘De nieuwe biografieën die over hem verschijnen, zijn bijna allemaal gebaseerd op zijn homo-erotische aspecten, alsof hij alleen maar voor onze interesse behouden kan blijven als hij als homoseksueel wordt bestempeld en als zodanig een plek in ons lesprogramma kan verwerven. Dat lijkt op het bestuderen van Shakespeare voornamelijk vanwege zijn openlijke biseksualiteit, maar de grillen van ons hedendaagse contrapuritanisme lijken grenzeloos.’
En even verderop maakt hij korte metten met de neiging om auteurs vooral door de lens van hun privéleven te bekijken: ‘We lezen Shakespeare, Dante, Chaucer, Cervantes, Dickens, Proust en al hun gelijken, omdat ze het leven verrijken. […] We lezen diepgaand om verschillende redenen, waarvan de meeste bekend zijn: dat we nooit genoeg mensen diepgaand genoeg kennen; dat we onszelf beter willen leren kennen; dat we behoefte hebben aan kennis, niet slechts van onszelf en anderen, maar van hoe dingen zijn.’
Toch was Bloom zelf niet blind voor de impact van homoseksualiteit in de literaire traditie. In een video uit 1994 stelde hij dat zo’n 35 à 40% van de westerse auteurs, vanaf de oudheid tot het heden, homoseksueel was of is. Een schatting die niet eens zo vergezocht lijkt. En uiteraard valt er te speculeren: waarom verbrandde Charlotte Brontë de brieven en notities van haar zus Emily? Is Wuthering Heights eigenlijk wel een liefdesverhaal in de klassieke zin? Catherine zegt immers niet voor niets tegen Nelly:
“I am Heathcliff! He’s always, always in my mind: not as a pleasure, any more than I am always a pleasure to myself, but as my own being.”
Misschien had ik die jonge vrouw bij de regenboogvlaggetjes liever gewezen op Orlando van Virginia Woolf. Niet alleen is het een van haar meest toegankelijke werken, het leidt onvermijdelijk naar Vita Sackville-West—en dat is op zichzelf al een fascinerend verhaal. Op 9 oktober 1927 schreef Woolf aan Sackville-West:
‘But listen; suppose Orlando turns out to be Vita; and its all about you and the lusts of your flesh and the lure of your mind […] Shall you mind? Say yes, or No:…’
Waarop Sackville-West twee dagen later antwoordde: ‘My God, Virginia, if ever I was thrilled and terrified it is at the prospect of being projected into the shape of Orlando. What fun for you; what fun for me. You see, any vengeance that you ever want to take will lie ready to your hand. Yes, go ahead, toss up your pancake, brown it nicely on both sides, pour brandy over it, and serve hot. You have my full permission.’
De rest is geschiedenis. Orlando—of Vita—schreef literaire én, vele jaren later, filmgeschiedenis.
Uiteindelijk blijft de vraag of het privéleven van kunstenaars hun werk fundamenteel beïnvloedt een slippery slope. Ik denk dat Orlando sterker wordt wanneer je Sackville-Wests achtergrond en haar relatie met Woolf kent. En misschien begrijp je De Toverberg of Op zoek naar de verloren tijd beter als je weet dat Thomas Mann en Marcel Proust hun homoseksuele gevoelens verborgener beleefden. Net zoals kennis van de Hays Code de films uit de jaren ’30 tot ’60 een extra laag geeft.
Toch moet het literaire werk altijd op de eerste plaats komen. Want dát is waarom we Proust, Mann en Woolf lezen: vanwege hun kunst, niet omdat ze wel of niet binnen een moderne identiteitscategorie passen.