Natalia Ginzburg schreef in haar essay ‘Over het al dan niet geloven in God’ (1970): “Iemand die niet gelooft, moet bedenken dat er mensen zijn voor wie een wereld zonder God niet te doen is.”
In november 2024 vroeg ik bezoekers van Lumière Cinema Maastricht naar hun mening over de film Conclave. Sommigen hadden het boek jaren geleden gelezen en waren enthousiast over de verfilming. Een man merkte op: “Maar het hangt misschien ook af van je eigen al dan niet religieuze standpunt.” Officieel ben ik katholiek, maar mijn herinneringen aan de kerkelijke catechese zijn vooral van de schaaklessen die ik leuk vond, met name vanwege de fascinerende diagrammen.
Op de middelbare school had ik een godsdienstlerares, een vriendelijke oudere dame die oprecht geloofde. Ze waardeerde mijn aandacht voor de Bijbel, hoewel ik simpelweg alles las wat me werd aangereikt. Op een dag zei ze: “Evolutie bestaat niet. Tegenwoordig kan iedereen overal foto’s van maken, maar nog nooit heeft iemand een dier gefotografeerd dat op dat moment evolueert.” Dit was nog ver voor de opkomst van de smartphone, maar haar woorden bleven me bij. Niet vanwege hun inhoud, maar door haar oprechte en bijna wanhopige geloof. Zij belichaamt voor mij precies wat Ginzburg bedoelde.
Hetzelfde geldt in zekere zin voor mijn oma, die overal in haar huis Jezusbeeldjes en kruizen had staan. Haar geloof draaide niet om dogma’s, maar om gelijkheid en verdraagzaamheid. “Heb elkaar lief”, was haar boodschap. Een bijzondere vrouw, wars van kerkelijke regels, maar diep gelovig op haar eigen rechtvaardige en warme manier.
In mijn woonkamer staan een stel Matroesjka-poppetjes uit haar huis, lang geleden door haar meegenomen vanuit Moskou. De poppetjes symboliseren voor mij het universum: het heden, verleden en de toekomst, genesteld in elkaar. In plaats van een lineaire kijk op het leven geloof ik in cycli en omwentelingen. Een docent zei ooit tegen mij: “Jouw leven zal niet lineair verlopen. Jij zult altijd de zijpaden kiezen. Dat is moeilijker, maar ook interessanter.”
In de biechtkapel van de gotische Marienkirche in de oude Hanzestad Lübeck, geboorteplaats van schrijver Thomas Mann, bevond zich tot het bombardement van 1942 een enorme schildering, ‘Der Lübecker Totentanz’. Deze danse macabre toont aan dat status en bezit niets betekenen in de dood. De boodschap: wat blijft er over? Als er een leven na de dood is – puur hypothetisch – wat neem je dan mee? Mijn antwoord is eenvoudig: verhalen. Verhalen vormen de kern van het mens-zijn. We moeten ze koesteren.