Beste lezer

Over film, literatuur en alles wat mij bezighoudt


De vele gezichten van Lydia Tár

Het kon niet uitblijven: een stuk over de film Tár, met Cate Blanchett in de hoofdrol als dirigente Lydia Tár. Toen de film in 2022 uitkwam, hield Blanchett zich opvallend op de vlakte over de betekenis ervan. Ze beweerde zelfs niet te weten waar de film precies over ging. Dat intrigeerde me, maar ik moest nog maanden wachten voordat Tár in Nederland te zien was. Inmiddels heb ik de film zeven keer gezien, en het werd me al snel duidelijk waarom Blanchett zich zo terughoudend opstelde: Tár is een Rorschachtest—wat je erin ziet, hangt af van je eigen perspectief.

Wat ik níet zag, was wat velen erin lazen: een #MeToo-verhaal over Lydia’s vermeende grensoverschrijdende gedrag. Hoewel ze zonder twijfel discutabel handelt, kan ik haar niet bestempelen als een dader van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Die interpretatie voelde voor mij te simplistisch en te beperkt voor zo’n gelaagd personage.

Pas recent sprak Blanchett zich explicieter uit over Tár. Ze gaf toe dat de film veel vraagt van het publiek:

“It made a lot of people really angry. And I was really grateful to the critics and the people who had seen it who kept alive all of the other balls that Todd Field [de schrijver en regisseur] had written. Because people said ‘Oh, it’s about cancel culture, or it’s about abuses of power.’ But it wasn’t. I always thought it was about what happens in art. (…) When we create something, we forget that we have to destroy something.”

Even later in het interview bevestigde ze wat ik destijds al vermoedde:

“I guess it’s far enough away. I didn’t want to talk about it when it was coming out because you don’t want to tell an audience too much with a movie like Tár.”

Zie hier, vanaf 1:04:26 – Cate Blanchett over TAR

Dat resoneert sterk met waarom ik al vierentwintig jaar fan ben van Blanchett: haar personages zijn nooit eendimensionaal. Als een uitleg wél zo is, ligt dat eerder aan de toeschouwer dan aan haar spel. Lydia is misschien wel haar meest indrukwekkende prestatie tot nu toe—juist door haar complexiteit en ambiguïteit. Mensen, en zeker vrouwen, worden te vaak in hokjes gestopt. Dat categorische denken is, naar mijn mening, een van de grootste bedreigingen voor een samenleving waarin we samen verder moeten.

Neem de veelbesproken schoolpleinscène. Lydia wordt hier vaak neergezet als de ‘bitch’ die een jong kind verbaal aanvalt. Maar dat kind pest haar (geadopteerde, niet-westerse) dochter. Iedereen die ervaring heeft met pesten, weet dat niet de dader, maar het slachtoffer wordt aangesproken—met het advies ‘gewoon wat assertiever te worden’. Maar zo vertel je een kind twee keer dat het niet goed genoeg is: eerst omdat het gepest wordt, en daarna omdat het niet aan de maatstaf van assertiviteit voldoet. In onze overcompetitieve maatschappij wordt assertiviteit als de norm gezien, en dat is een probleem. Pestgedrag stopt niet op het schoolplein; het sijpelt door in alle lagen van de samenleving.

En dat zien we terug bij Lydia, die in sociale interacties vaak ongemakkelijk en onsamenhangend overkomt. Wat als Lydia zelf als kind werd gepest en zich alleen kon redden door de dominante assertieve norm over te nemen? Buitenbeentjes hebben het altijd moeilijk, en Lydia weet dat ze er een is. Waarom zou zij zich dan niet mogen uitspreken tegen een pestend en racistisch kind?

Een andere sleutel tot haar karakter zit in de briljante interviewscène, waarin we Lydia leren kennen—voor zover dat mogelijk is. Publieke figuren blijven ongrijpbaar, maar via interviews krijgen we soms een glimp van hun denkwereld. De interviewer, New Yorker-journalist Adam Gopnik, introduceert haar met de woorden:

“Lydia Tár is many things.”

Een directe verwijzing naar het Rorschach-effect van de film. Vervolgens vertelt Lydia over haar tijd in de Ucayali-vallei in Peru, waar ze zich verdiepte in de muziek van de Shipibo-Konibo. Later in het gesprek onthult ze haar spirituele kijk op muziek:

“The Shipibo-Konibo only receive an icaro, or song, if the singer is there, right? On the same side of the spirit that created it. And in that way, the past and the present converge. It’s the flip sides of the same cosmic coin. That definition of fidelity makes sense to me.”

Deze spirituele inslag krijgt later in de film een visuele echo. Wanneer Lydia haar oude appartement in Berlijn betreedt—niet de betonnen bunker waar ze met haar vrouw woont, maar haar eigen ruimte, een bibliotheekachtig herenhuis zonder bed of gordijnen—voert ze een klein ritueel uit. Ze spreekt een Shipibo-Konibo-groet uit, die door een sjamaan ook gebruikt kan worden om een deur naar de spirituele wereld te openen. Vanaf dat moment beginnen de subtiele verschijningen van Krista—de jonge dirigent die Lydia beschuldigde van machtsmisbruik en wier carrière door haar handelen werd gesaboteerd.

Weet Lydia wat ze doet? Vernietigt ze doelbewust haar eigen carrière en persoonlijke leven, om zichzelf opnieuw uit te vinden? Misschien beseft ze dat ze opnieuw afstand moet nemen van de westerse kunstwereld, zoals ze dat eerder deed in de Amazone. Vernietiging als noodzakelijke stap richting creatie—of is het eerder een onvermijdelijke consequentie van haar eigen aard?

Er valt nog veel meer te zeggen over Tár—over haar relatie met muziek, macht en identiteit. Maar misschien is de vraag niet wat Lydia verliest, maar wat ze uiteindelijk wint.